Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/475

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

307

aanleiding van naauwkeuriger kenmerken, juister te beschrijven, en vele ervan in meerdere te splitsen.

Ook in het 15e deel, pl. 1540 van de Flore des serres enz. werd deze plant door den Heer van Houtte, die inmiddels door aankoop eigenaar geworden was van alles wat er van in het Sieboldsche etablissement aanwezig was, afgebeeld en ten zeerste aanbevolen.

Die aanbeveling was dan ook verre van overdreven, en toch, de plant heeft een groot gebrek. Ze is ontegenzeggelijk tegen ons klimaat bestand, en vereischt derhalve geene bedekking gedurende den winter, maar..... in den open grond geplant, bloeit ze niet of althans zeer zeldzaam.

En toch is het eene zeer bloemrijke plant, maar die, wat met nog enkele het geval is, hare knoppen eerst zeer laat in den zomer of liever in 't najaar te voorschijn brengt, wanneer de dagen te kort en de nachten te koud worden om den groei, waarvan toch de ontluiking der bloemen afhankelijk is, genoegzaam opgewekt te houden.

Neemt men zulk eene plant dan voorzigtig op, ten einde haar in eenen bloempot over te planten; en plaatst men haar dan in eene koude kas, zoo licht mogelijk, dan zal ze weldra een rijkdom van zeer fraaije, genoegzaam witte, maar met ontelbare bruine vlakken overzaaide bloemen voortbrengen en een heerlijk gezigt opleveren. Dat is echter niet wat men wenscht, en menigeen, ofschoon misschien wel in de gelegenheid om des noods eenige planten binnenshuis te doen overwinteren, mist toch gelegenheid en plaats om aan dergelijke eischen te voldoen, en ziet zich derhalve in zijne hoop om die plant in bloei te krijgen teleurgesteld.

't Was daarom als eene wezenlijke aanwinst te beschouwen, toen, een jaar of wat later, in Engeland eene variëteit van deze plant ingevoerd werd, die in dat opzigt vrij wat gemakkelijker is. Als verscheidenheid kenmerkt zij zich hierdoor, dat de bloemblaadjes, in stede van wit, veeleer donker bruin te noemen zijn, en daarentegen witte vlekken en stippen vertoonen. Dit is alleen het gevolg van het ineenvloeijen der bruine stippen bij de vorige. Men noemde deze variëteit zeer oneigenlijk de Zwarte of Zwartbloemige. (Tricyrtis hirta nigra of flore nigro;) van zwart kan hier evenwel in geenendeele sprake zijn; veeleer zijn de bloemen donker bruinachtig purper.

Deze nu bloeit vroeger, zoodat hare zeer talrijke bloemen zich reeds ten deele tegen 't laatst van September openen, en de planten in 't begin van October in vollen bloei staan.

De T. hirta is eene overblijvende plant, welker stengels tot een meter hoogte kunnen bereiken. Deze zijn van onderen af zeer vertakt, zoodat elke stengel een vrij zwaren en digten struik vormt. Zoowel de stengel als de bladeren zijn zeer digt met zilverglanzige, zachte haren bezet.

De bladeren zijn ongesteeld niet alleen, maar omvatten met hun voet zelfs den stengel, en worden daarom ook "stengelomvattend" genoemd; voorts zijn ze langwerpig eivormig en loopen aan den top in eene lange spitse punt uit.

De bloemen ontwikkelen zich uit de oksels der bladeren ten getale van 3 tot 5 op een algemeenen steel.

Van een eigenlijken kelk is hier weder geen sprake, maar het bloemdek, dat kelk en bloemkroon beide vertegenwoordigt, bestaat uit twee kransen, elk van drie blaadjes. De drie buitenste