Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/479

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
 

DESMODIUM PENDULIFLORUM Oudem.

Nat. familie:

PAPILIONACEÆ.

Klasse en Orde van LINNÆUS:

DIADELPHIA DECANDRIA (Tweebroederige-Tienmannige).[1]

 

 

Het zal aan de meesten mijner lezers niet onbekend zijn, hoeveel beweging somtijds eene nieuw ingevoerde plant in den plantenhandel kan veroorzaken. Niet zelden gebeurt het, dat een zoodanig gewas zóó spoedig de algemeene opmerkzaamheid trekt, dat het een jaar, nadat het in den handel werd gebragt, reeds allerwege verspreid is en in de kassen of tuinen in alle deelen van Europa wordt aangetroffen.

Dat eene dergelijke algemeene verspreiding juist niet altijd—ofschoon toch meestal—het gevolg is van hare bijzondere schoonheid, is evenmin onbekend; trouwens menigeen heeft dit tot zijne teleurstelling wel eens ondervonden.

Maar ook, wanneer zulk eene plant zich door hare schitterende bloemen of sierlijke bladeren zeer gunstig onderscheidt, dan moet daar toch veelal een weinigje geluk bij komen, dan moeten er onderscheidene omstandigheden van verschillenden aard medewerken om haar in zeer korten tijd in de gunst der menigte te brengen. Ontbreekt het eerste en werken andere omstandigheden welligt ongunstig tegen hare verspreiding, dan kan 't zeer ligt gebeuren, dat, vóór en aleer haar naam in de meer verwijderde gedeelten van Europa bekend is geworden, andere, later aangekomene, haar den loef afsteken en de algemeene opmerkzaamheid tot zich trekken, terwijl de eerste hoewel niet minder verdienstelijk, ja somtijds mogelijk nog fraaijer zijnde, ter helfte in hare vaart blijft steken en zelfs kans loopt om nooit naar hare schoonheid gewaardeerd te worden, als niet de een of andere voorname kweeker haar bij toeval in hare volle ontwikkeling te zien krijgt.


  1. Zie de noot onder bladz. 41.
77