Pagina:WitteHeinrichFlora1868.djvu/480

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

306

't Gaat in dit opzigt even als vaak in den boekhandel. Niet zelden toch verschijnt er een goed en deugdelijk boek, van welks ontvangst bij het publiek schrijver en uitgever niet ten onregte veel verwachting koesterden, maar waarvan het debiet toch verre beneden de laagste raming blijft, terwijl er, weinige dagen later, elders welligt een ander werk uitkomt, misschien van gelijke beteekenis, maar overigens niets verdienstelijker, 't welk met graagte ontvangen wordt en in korten tijd uitverkocht is; ook in dit geval zijn de voorbeelden niet onbekend, dat het debiet van het eerste pas goed begon levendig te worden, toen de eigenlijke waarde ervan toevalligerwijze bekend geworden en het laatste reeds vergeten was.

In beide gevallen mag de wijze van aanvankelijke exploitatie veel invloed hebben, maar toch hangt daarvan niet álles af; het geluk, ik herhaal het, moet hier een weinigje bij dienen en toevallige omstandigheden dikwerf de verspreiding bevorderen.—

Het geluk nu diende de plant, die hiernevens afgebeeld is, niet bij uitnemendheid, 't Is waar, de bij ons nieuw ingevoerde planten worden, direct van Holland uit, niet zoo gemakkelijk en zoo spoedig verspreid, als wanneer ze allereerst in Engeland of in België aangeland zijn. 't Is evenzeer waar, dat eene plant van zeer verdachte waarde, elders door eene der groote firma's als nieuw voor hoogen prijs aangeboden, vaak zelfs door onze landgenooten veel grager genomen en dus spoediger algemeen wordt, dan eene misschien tienmaal fraaijere, op bescheidene wijze door een onzer kweekers in den handel gebragt; maar niettegenstaande we dit weten, moet het ons toch verwonderen, dat eene plant, zoo sierlijk als deze, die voor elkeen geschikt is, die in iederen tuin een allerfraaist effect moet maken en aan wier kweeking geene de minste moeijelijkheid verbonden is, zes jaren, nadat ze tegen zeer matigen prijs verkrijgbaar was gesteld, nog zoo schaars bekend is, dat, toen ik niet lang geleden met een der voornaamste kweekers van Europa, in de kweekerij van de firma Von Siebold & Co., een aantal dezer planten in hare volle ontwikkeling, met haar rijkdom van bloemen zag, deze zijne bewondering niet bedwingen en evenmin aarzelen kon er een aantal van te bestellen. Hij had, ja, wel eens van die plant gehoord, hij kende haren naam, maar vermoedde niet dat ze zóó schoon was.

En inderdaad, ze is bijna onbeschrijfelijk fraai, veel fraaijer nog dan onze afbeelding zou doen veronderstellen, daar de grootte onzer plaat onzen teekenaar slechts toeliet een zeer klein gedeelte van een bloeijenden stengel, en nog wel een top waaraan de bloemen niet al te digt bijeen zaten, af te beelden. Dat de plant bovendien haar buitengemeenen rijkdom van bloemen eerst tegen het najaar tot ontwikkeling brengt, is iets, wat haar eene aanspraak te meer geeft op onze waardeering.—

Het geslacht Desmodium, aldus genoemd door den Geneefschen hoogleeraar in de kruidkunde de Candolle, bestaat hoofdzakelijk uit een aantal planten, welke weleer tot het Linnæansche geslacht Hedysarum gerekend werden. Deze geslachtsnaam is eene wijziging van het Grieksche woord desmos (bundel), volgens den één naar de op één na tot een bundel vereenigde meeldraden, wat echter zeer onwaarschijnlijk is, aangezien zulks het algemeene karakter der Papilionaceën is; volgens een ander naar den veelal bundelvormigen stand der bloemen, wat waarschijnlijker is.

Het getal soorten, waaruit het is zamengesteld, loopt ver over de honderd, die over een