Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/103

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
76
NAAR WAGENINGEN.

seling afgebroken is, terwijl de toren van Rhenen zich boven het groen verheft.

Zoo komen wij ten laatste aan een huis, links aan den weg, aan de andere zijde der Dijkgraaf staande, die wij hier verlaten om, rechtsaf, de Ooststeeg te volgen.

Gingen we rechtuit, dan zouden we in dezelfde achterbuurt van Wageningen terecht komen, wijl de daareven genoemde Bornsche steeg hierop uitkomt.

De Ooststeeg is niet lang, en hier zien we de hooge boomen van den z.g. Nieuwen weg te Wageningen reeds op korten afstand voor ons.

Niet lang duurt het dan ook of we slaan links om en vermeien ons na een paar minuten in de frissche schaduw van het hooge geboomte.

De Nieuwe weg is een mooie rijweg, met daarnevens een hard wandelpad, ter weerszijden door verscheidene boomrijen begrensd, zoodat men het schier een boschweg zou willen noemen.

Dien weg een goed eind afgewandeld hebbende komen we links aan de Lawiksche allée, aan 't begin van welke een zeer oude, naar men wil historische Lindeboom staat.

Wil men nu den korsten weg naar het station nemen, om per stoomtram naar Bennekom terug te keeren, dan slaat men die alleé in en volgt slechts de rails van den Ooster-stoomtram, die langs het staatsspoorstation loopen; men is er dan in een minuut of tien.

Wij gaan echter, ook langs de rails, rechtuit, en komen spoedig aan het einde der Nudestraat te Wageningen, schuin over het hôtel het Hof van Gelderland terecht, waar de open veranda een aangename rustplaats biedt.

Nu kan men tweeërlei doen: òf Wageningen door-