Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/104

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
77
NAAR WAGENINGEN.

wandelen naar het station, of de wandeling tot de Grebbe verlengen.

We zijn hier nu aan de uiterste Z. Westelijke punt van Wageningen, maar toch nauwelijks een kwartier wandelens van het station verwijderd.

Om daar te komen heeft men slechts de korte Nudestraat en daarna de langere Hoogstraat, de Wageningsche winkelstraat, te volgen, en, na aan het einde daarvan de brug te zijn overgegaan, linksom den breeden Stationsweg te nemen. Dien weg vindt men van zelf.

Met den tram is men in een kwartier te Bennekom terug.

Voor de wandeling uit het dorp langs de Dijkgraaf neme men vijf kwartier, of, langzaam gaande, anderhalf uur; zoodat men, de vertrekuren van den tram nagaande, precies kan bepalen hoe laat men terug zal zijn, wat natuurlijk van eventueel oponthoud afhangt.

Bij heet weer is die open weg op het midden van den dag niet aan te bevelen; maar 's morgens is het een zeer opwekkende wandeling, interessant tevens, omdat hier zoo sterk in 't oog loopt hoe zeer aan de glooiing naar de Geldersche vallei de geheele natuur van karakter verandert.

 

Willen we onze wandeling tot de Grebbe, de grens tusschen Gelderland en Utrecht, voortzetten, wat zeker wel aanbeveling verdient, dan hebben we, van het hôtel het Hof van Gelderland af de tramlijn slechts te volgen; de Utrechtsche straatweg is hier wel aanvankelijk open en zonnig, maar dit duurt niet lang, want spoedig wordt hij tot aan de Grebbe toe een mooie, goed beschaduwde allée, een wandelweg bij uitnemendheid. Aan het einde daarvan heeft men, de brug over-