Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/129

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

XIX. BOSCHBEEK EN KWADENOORD.

 

Wij bewaarden deze wandeling in de Oostelijke streek voorbedachtelijk voor 't laatst. In de eerste plaats wijl het er mede gesteld is als met die naar en over de Zyselt; het is nogal ver weg, en zij, die voor korteren tijd hier verblijven, bepalen zich niet ten onrechte liefst tot wandelingen in de naaste omgeving; maar in de tweede en voornaamste plaats wenschen wij er mede te besluiten, omdat het een der mooiste en daarbij een zeer interessante wandeling is, die men zeker, haar eens gemaakt hebbende, niet licht zal vergeten.

We stellen ons voor om nu in de eerste plaats een ander gedeelte van den tweeden Ginkelschen weg te leeren kennen, dien we op onze tiende wandeling een goed eind in Z. Westelijke richting afgingen. Thans is het N. Oostelijke gedeelte ons doel, waartoe wij ook nu dat punt als punt van uitgang nemen, waar hij in schuine richting den Arnhemschen grintweg snijdt[1].

Gingen wij toen, van Bennekom komende, rechtsaf, nú slaan we dien ruwen weg ter linkerzijde in; hij snijdt in schuine richting als 't ware een stuk van den Franschen kamp af. Ter rechterzijde hebben we een verleden jaar gekapt gedeelte, dat dus nu vlak is. Lang duurt het echter niet, of we hebben weer Dennen links en rechts, zoodat hij hier zijn karakter van boschweg


  1. Zie tot aan dit punt blad. 54