Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/40

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

19

DE BREUKELERWEG — DE HEIDE.

dit geheele gedeelte van den Breukelerweg loopt dus door het landgoed heen.

Hadden we van 't begin af reeds recht vóór ons uit en terzijde het gezicht op den mooien boschrijken achtergrond, de weg zelfleverde toch niet veel bijzondors op. Nu we die kromming voorbij zijn en de bosschen naderen, wordt dit echter anders en begint hij recht teekenachtig te worden.

Een pad tusschen akkermaalshout dat wij ter rechterzijde voorbij gaan loopt naar het dorp, en velen geven er de voorkeur aan, na tegenover Oud Vossenhol van don grintweg den Hallerbrinksweg ingeslagen te zijn, linksaf door dit pad hot boschgedeelte van den Breukelerweg te bereiken.

Nu we bij dit zijpad gekomen zijn, zien we een vrij hoog oploopenden, breeden en langen boschweg vóór ons. geljjk men er zich geen schilderachtiger kan denken.

Wo gaan vervolgens een pad ter linkerzijde voorbij, on komen nu spoedig aan een door de Vereen. voor Vreemdelingenverkeer hier geplaatste bank.

Wjj weiden hier niet verder over dezen weg, dien we juist op dit punt, bij onze vorige wandeling door Hoekelum, gesneden hebben, uit.

De indrukken toch, die men ervan ontvangt, verschillen naar de temperamenten en de meer of mindere vatbaarheid voor natuurschoon. De meesten zullen intusschen wel toestemmen, dat het bezoek aan dezen boschweg alleen een kleine reis waard is.

Hem opwandelende, zien we dat drie breede wegen, rechts, toegang tot den Balverenskamp geven; den eerste en eenige gebruikelijke zijn we op onze vorige wandeling ingegaan; de anderen zijn zeer ruw, ongelijk en met heide begroeid, zonder eigenlijke voetpaden; maar,