Pagina:WitteHeinrichWandelBennekom1902.djvu/64

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
39
DE HULLENBERG.

pad opgeworpen heuvel met een bank. Hoe het uitzicht hier vroeger was weten wij niet, want van een vergezicht is daar nu in 't geheel geen sprake meer; 't zijn hooge bosschen links en rechts. Dat met oude Dennen bezette heuveltje is intusschen een aangename rustplaats.

Hier, waar het pad daalt, gaan wij niet verder rechtuit, maar slaan bij het heuveltje het pad ter rechterzijde in. Vooral rechts is het gezicht over het lage eikehout, op de uitgestrekte bosschen dichter bij en verder af zeer fraai.

Dit pad loopt rond, maar wij verlaten het spoedig, slaan links af, gaan een breeden, rechten weg dwars over en volgen een boschpaadje.

We zijn hier nu in een geheel ander gedeelte van Selterskamp, dat op deze plaats veel van een park heeft, met breed aangelegde, door hei afgezette paden.

Het bosch uitkomende ('t zijn maar weinige schreden want het is niet breed en we gaan er dwars door), gaan we het pad in dat nu recht vóór ons ligt, en 't welk op den reeds vroeger gedeeltelijk bewandelden Bankweg uitkomt.

De lezer herinnert zich dat we bij ons vorige bezoek aan Selterskamp, verderop, bij de hoeve, op dien weg kwamen, en dat wij toen zagen dat hij in Westelijke richting sterk opliep, ons voorbehoudende om bij een volgende gelegenheid daar heen te gaan (zie bladz. 31).

Nu zijn wij juist op dit hoogste punt uitgekomen.

Naar het Oosten strekt zich die rechte, ook daar oploopende weg zóó ver uit, dat hij ten laatste slechts een breede streep gelijkt. Aan het einde daarvan zien we nu (bij de hoeve konden we hem door het dennen-