Pagina:WitteHeinrich DriekleurigeViooltje1875.djvu/173

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
155
EEN HOOFDSTUK ALS TOEGIFT.

als ik—want ook ik vond die reglementen altijd belachelijk —er begrip van hebt, hoe een fatsoenlijk Viooltje er uit moet zien, om behoorlijk onder de oogen van het fatsoenlijk publiek te mogen komen.

Zijn die overdreven eischen dwaas, en verraden ze veeleer een conventioneelen, dan een goeden smaak, zoo ligt daarin voor hem, die aan het natuurlijk schoone de voorkeur geeft, nog geen reden, om dat, wat de kunst voortbrengt, te minachten of te verwerpen, en ik ben er dan ook ver af van te willen beweren, dat de grootbloemige Pensées niet schoon zouden zijn..... Integendeel, ze zijn zelfs prachtig, inzonderheid door den rijkdom van kleuren, die bij deze nog veel meer verscheidenheid opleveren dan bij de kleine, en die, omdat ze meestal krachtiger zijn, ook veel sterker uitkomen; maar 't is juist die vormverandering, waarin men zoo volkomen geslaagd is, die aan de Pensées het eigenaardig karakter van het driekleurige Viooltje geheel ontnomen heeft.

Wanneer ge een perkje met grootbloemige Pensées ziet, dan voelt ge u geneigd luide aan uw bewondering lucht te geven, en hoe langer gij