Pagina:Witte 1888 Wilde rozen.djvu/247

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
231
EEN HYGROMETER.

De Natuur zorgt dus hier, door een hoogst eigenaardig middel, dat de zaden niet op den grond kunnen blijven liggen, kans loopende om verloren te gaan.

Dit is eenvoudig het gevolg van dezelfde hygroscopische eigenschap, welke deze gesnavelde vruchtjes zoo bijzonder geschikt maken voor hygro- of vochtmeters.

Wat toch is het geval?

Zoolang de snavels van vocht doortrokken zijn, staan ze recht uitgestrekt, maar bij het minste vochtverlies trekken ze krom, en gaat het vochtverlies verder, dan winden ze zich spiraalvormig om.

Staan ze echter het vocht dat ze bevatten zeer gemakkelijk aan de lucht af, even spoedig en gemakkelijk nemen ze het daaruit op, zoodra deze weer vochtiger wordt, en strekken zich dan weer uit, al naar mate de lucht meer of minder met waterdamp bezwangerd is.

Daar ze nu, op den grond liggende, zelfs bij gestadig droog weer, 's nachts en overdag steeds aan afwisseling van vocht en droogte zijn blootgesteld, veroorzaakt dit een onophoudelijk oprollen en uitstrekken, waarmede een draaiende beweging van het vruchtje gepaard gaat. |

Dit is aan den voet spits, bovendien zeer hard en wordt dus met dien spitsen voet in den grond gedraaid.

Nu zou men zeggen dat, als het er, door 't oprollen van den snavel, bij droogte in gedraaid wordt, het er ook door de tegenovergestelde beweging, veroorzaakt door het afrollen bij vochtige lucht, uitgedraaid moet worden, en dit zou dan ook zeker het geval zijn, als de Natuur het permitteerde.

Aangezien die vruchtjes echter, op deze wijze eenmaal in den grond geboord zijnde, daarin moeten blijven, zijn ze van een eenvoudig maar zeer doeltreffend middel voorzien, om zich er