Staatsregeling van Sint Maarten/Hoofdstuk 2

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hoofdstuk 1 Grondgebied en eenheid Hoofdstuk 2 Grondrechten van Staatsregeling van Sint Maarten Hoofdstuk 3 Regering en de gevolmachtigde minister


HOOFDSTUK 2 GRONDRECHTEN[bewerken]

§1. Vrijheden[bewerken]

Artikel 2

1. Het recht van een ieder op het leven wordt beschermd bij landsverordening. Niemand mag opzettelijk van het leven worden beroofd.

2. Niemand wordt tot de doodstraf veroordeeld of terechtgesteld.

Artikel 3

1. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens landsverordening te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.

2. Bij landsverordening worden regels gesteld ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens. Deze gegevens moeten eerlijk worden verwerkt, voor bepaalde doeleinden en met toestemming van de betrokkene of op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de landsverordening voorziet.

3. Bij landsverordening worden regels gesteld inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgestelde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.

Artikel 4

Een ieder heeft, behoudens bij of krachtens landsverordening te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.

Artikel 5

Niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.

Artikel 6

1. Niemand mag in slavernij of dienstbaarheid worden gehouden.

2. Niemand mag worden gedwongen dwangarbeid of verplichte arbeid te verrichten.

3. Mensenhandel is verboden.

Artikel 7

1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens landsverordening.

2. Bij landsverordening kan de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen worden beperkt ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Artikel 8

1. Ieder heeft het recht zonder voorafgaand verlof door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren of inlichtingen door te geven, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens landsverordening.

2. Bij landsverordening kunnen radio- of televisie-uitzendingen aan vergunningen worden onderworpen in het belang van een verantwoord gebruik van de ether of in het belang van een pluriforme omroep. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending.

3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens of het doorgeven van inlichtingen door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens landsverordening. Bij landsverordening kan het geven van vertoningen, toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar, ter bescherming van de goede zeden worden geregeld.

4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

5. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om inlichtingen te garen of te ontvangen, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens landsverordening. Bij of krachtens landsverordening kan het recht om inlichtingen te vergaren worden beperkt.

Artikel 9

Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij landsverordening kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde.

Artikel 10

1. Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens landsverordening.

2. Bij landsverordening kan dit recht beperkt worden ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Artikel 11

1. Het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens landsverordening bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens landsverordening zijn aangewezen.

2. Voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid zijn voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden vereist, behoudens bij landsverordening gestelde uitzonderingen.

3. Aan de bewoner wordt zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van het binnentreden verstrekt. Indien het binnentreden in het belang van de nationale veiligheid of dat van de strafvordering heeft plaatsgevonden, kan volgens bij landsverordening te stellen regels de verstrekking van het verslag worden uitgesteld. In de bij landsverordening te bepalen gevallen kan de verstrekking achterwege worden gelaten, indien het belang van de nationale veiligheid zich tegen de verstrekking blijvend verzet.

Artikel 12

1. Het briefgeheim is onschendbaar, behalve in de gevallen bij landsverordening bepaald, door of met machtiging van de rechter.

2. Het telefoongeheim is onschendbaar, behalve in de gevallen bij landsverordening bepaald, door of met machtiging van hen die daartoe bij landsverordening zijn aangewezen.

Artikel 13

1. Het geven van onderwijs is vrij behoudens het bij landsverordening te regelen toezicht van de overheid. Bij landsverordening kunnen regels worden gesteld ter bescherming van de gezondheid en, voor wat bij landsverordening aangewezen soorten onderwijs betreft, ten aanzien van de bekwaamheid en zedelijkheid van hen die onderwijs geven.

2. Het openbaar onderwijs wordt met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging geregeld. Bij landsverordening wordt verzekerd dat voldoende gelegenheid wordt gegeven tot het ontvangen van openbaar basisonderwijs en dat voldoende is voorzien in de behoefte aan bij landsverordening aangewezen andere soorten van openbaar onderwijs.

3. Voor zover deze aan bij of krachtens landsverordening te stellen voorwaarden voldoen, wordt het bijzonder basisonderwijs en de bij landsverordening aangewezen andere soorten van bijzonder onderwijs naar dezelfde maatstaven als het overeenkomstig openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd.

4. De in het voorgaande lid bedoelde voorwaarden eerbiedigen de vrijheid van richting, waaronder met name begrepen de keuze van de leermiddelen en de aanstelling van hen die onderwijs geven. Zij worden met inachtneming van de vrijheid van richting zodanig geregeld, dat de deugdelijkheid afdoende wordt gewaarborgd van zowel het bijzonder onderwijs als van het openbaar onderwijs.

Artikel 14

1. Een ieder die zich rechtmatig in Sint Maarten bevindt, heeft het recht zich daar vrijelijk te bewegen, te verblijven en zijn verblijfplaats te kiezen, behoudens bij of krachtens landsverordening te stellen beperkingen.

2. Een ieder heeft het recht het land te verlaten, behoudens in de gevallen bij landsverordening bepaald.

Artikel 15

1. Een ieder heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom, behoudens bij of krachtens landsverordening in het algemeen belang te stellen beperkingen.

2. Niemand kan zijn eigendom worden ontnomen, dan nadat bij landsverordening verklaard is, dat het algemeen nut de onteigening vordert, en tegen vooraf genoten of vooraf verzekerde schadeloosstelling, een en ander naar bij of krachtens landsverordening te stellen voorschriften.

3. Wanneer in geval van nood onverwijld onteigening geboden is, vervalt de in het vorige lid gestelde eis, dat vooraf bij landsverordening verklaard wordt dat het algemeen nut de onteigening vordert en behoeft evenmin de schadeloosstelling vooraf genoten of vooraf verzekerd te zijn.

4. In de gevallen bij landsverordening bepaald bestaat recht op schadeloosstelling of tegemoetkoming in de schade, indien in het algemeen belang eigendom door het bevoegd gezag wordt vernietigd of onbruikbaar gemaakt of de uitoefening van het eigendomsrecht wordt beperkt.

§ 2. Gelijkheid[bewerken]

Artikel 16

Allen die zich in Sint Maarten bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, huidskleur, geslacht, taal, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, of op welke grond dan ook is niet toegestaan.

Artikel 17

Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.

Artikel 18

Man en vrouw zijn voor de wet gelijk.

Artikel 19

De aanhoudende zorg van de overheid is gericht op de bescherming van kinderen en jongeren en de bevordering van hun welzijn, recht op onderwijs, culturele ontplooiing en vrijtetijdsbesteding.

§ 3. Solidariteit[bewerken]

Artikel 20

1. De bestaanszekerheid van de bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van aanhoudende zorg van de overheid.

2. Bij landsverordening worden regels gesteld over de aanspraken op sociale zekerheid.

3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij landsverordening te regelen recht op bijstand van de overheid.

Artikel 21

1. Bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van aanhoudende zorg van de overheid.

2. Bij landsverordening worden regels gesteld over de rechtspositie van werknemers en over hun bescherming daarbij, alsmede over medezeggenschap.

3. Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens landsverordening gesteld.

Artikel 22

1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.

2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van aanhoudende zorg van de overheid.

3. De overheid schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding en voor het behoud van het culturele erfgoed.

Artikel 23

De aanhoudende zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu en het welzijn van dieren.

§4. Burgerschap[bewerken]

Artikel 24

Iedere in Sint Maarten woonachtige Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen, alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij landsverordening gestelde uitzonderingen.

Artikel 25

1. Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen.

2. Personen die niet kunnen schrijven mogen verzoekschriften indienen door tussenkomst van anderen, die hiertoe bij landsverordening bevoegd zijn verklaard.

3. Het bevoegd gezag is gehouden verzoeken binnen bij of krachtens landsverordening te regelen termijn te beantwoorden.

Artikel 26

Bij landsverordening worden de toelating en de uitzetting van vreemdelingen geregeld.

§ 5. Rechtspleging[bewerken]

Artikel 27

Een ieder heeft bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen en bij een vervolging wegens een strafbaar feit recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke bij wettelijk voorschrift is ingesteld.

Artikel 28

1. Een ieder heeft recht op persoonlijke vrijheid. Niemand mag van zijn vrijheid worden ontnomen, dan volgens bij of krachtens landsverordening te stellen regels in geval van:

a. rechtmatige detentie na veroordeling door een daartoe bevoegde rechter;
b. rechtmatige arrestatie of detentie wegens weigering een overeenkomstig een wettelijke regeling door een rechter gegeven bevel op te volgen of teneinde de nakoming van een door een wettelijke regeling voorgeschreven uitdrukkelijke verplichting te verzekeren;
c. rechtmatige arrestatie of detentie teneinde voor de bevoegde rechterlijke instantie te worden geleid wanneer er redelijke gronden zijn om te vermoeden, dat hij een strafbaar feit heeft begaan of indien er redelijke gronden zijn om aan te nemen, dat het noodzakelijk is hem te beletten:
- een strafbaar feit te begaan;
- te ontvluchten nadat hij een strafbaar feit heeft begaan;
- het strafrechtelijk onderzoek in gevaar te brengen;
d. rechtmatige detentie van een minderjarige met het doel in te grijpen in zijn opvoeding of in het geval van zijn rechtmatige detentie, ten einde hem voor het bevoegde gezag te geleiden;
e. rechtmatige detentie van personen, die een besmettelijke ziekte zouden kunnen verspreiden, van geesteszieken, van verslaafden aan alcohol of verdovende middelen;
f. rechtmatige detentie van personen ten einde hen te beletten op onrechtmatige wijze het land binnen te komen;
g. rechtmatige detentie van personen indien tegen hen een uitwijzings- of uitleveringsprocedure hangende is.

2. Een ieder die gearresteerd is of gevangen wordt gehouden, overeenkomstig het eerste lid, onder c, van dit artikel, moet onverwijld voor een rechter worden geleid en heeft het recht binnen een redelijke termijn berecht te worden of hangende het proces in vrijheid te worden gesteld.

3. Een ieder van wie de vrijheid is ontnomen, heeft het recht:

a. voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de rechtmatigheid van zijn vrijheidsontneming en zijn invrijheidstelling beveelt, indien de vrijheidsontneming onrechtmatig is;
b. onverwijld in een taal welke hij verstaat, op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van zijn vrijheidsontneming, van zijn recht om zich te onthouden van antwoorden en van zijn bevoegdheid zich te doen bijstaan door een advocaat.

4. Een ieder die het slachtoffer is geweest van een vrijheidsontneming in strijd met de bepalingen van dit artikel, heeft recht op schadeloosstelling.

5. Hij aan wie rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, kan worden beperkt in de uitoefening van grondrechten voor zover deze zich niet met de vrijheidsontneming verdraagt.

Artikel 29

1. Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.

2. Een ieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld volgens landsverordening bewezen wordt.

3. Niemand mag voor een tweede keer worden vervolgd of gestraft wegens een strafbaar feit waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter onherroepelijk is beslist.

4. Een ieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft in het bijzonder de volgende rechten:

a. onverwijld, in een taal welke hij verstaat, en in bijzonderheden, op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen, van zijn recht om zich te onthouden van antwoorden en van zijn bevoegdheid om zich te doen bijstaan door een advocaat;
b. zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk, indien hij de taal die ter terechtzitting wordt gebezigd niet verstaat of niet spreekt;
c. te beschikken over voldoende tijd en faciliteiten ter voorbereiding van zijn verdediging;
d. zich zelf te verdedigen;
e. getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen en het oproepen en de ondervraging van getuigen à decharge te doen geschieden op dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge.

Artikel 30

1. Ieder kan zich in rechte en in administratief beroep doen bijstaan.

2. Bij landsverordening worden regels gesteld over het verlenen van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen.

Artikel 31

1. Allen die van hun vrijheid zijn beroofd dienen te worden behandeld met menselijkheid en met eerbied voor de waardigheid, inherent aan de menselijke persoon.

2. Verdachten dienen, uitzonderlijke omstandigheden buiten beschouwing gelaten, gescheiden te worden gehouden van veroordeelden en dienen aanspraak te kunnen maken op een afzonderlijke behandeling overeenkomend met hun staat van niet veroordeelde persoon.

3. Jeugdige verdachten dienen gescheiden te worden gehouden van volwassenen en zo spoedig mogelijk voor de rechter te worden geleid.

4. Het gevangenisstelsel dient te voorzien in een behandeling van gevangenen die in de eerste plaats is gericht op heropvoeding en reclassering. Jeugdigen gevangenen dienen gescheiden te worden gehouden van volwassenen en behandeld te worden in overeenstemming met hun leeftijd en wettelijke staat.