Verdrag van Lissabon/Deel III/31

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Protocol (nr. 30) betreffende de toepassing van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie op Polen en het Verenigd Koninkrijk DEEL III - PROTOCOLLEN van Europese Unie

Protocol (nr. 31) betreffende de invoer in de Europese Unie van in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardolieproducten

Protocol (nr. 32) betreffende de verwerving van onroerende goederen in Denemarken


PROTOCOL (Nr. 31) BETREFFENDE DE INVOER IN DE EUROPESE UNIE VAN IN DE NEDERLANDSE ANTILLEN GERAFFINEERDE AARDOLIEPRODUCTEN[bewerken]

DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN,

VERLANGENDE nadere bijzonderheden vast te stellen over de regeling van het handelsverkeer, toepas­selijk op de invoer in de Europese Unie van in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardoliepro­ducten,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT de volgende bepalingen, welke aan het Verdrag betref­fende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden gehecht:

Artikel 1
Dit protocol is van toepassing op aardolieproducten die vallen onder de posten 27.10, 27.11, 27.12 ex 27.13 (paraffine, was uit aardoliën of uit leisteenoliën, paraffineachtige residuen) en 27.14 van de Naamlijst van Brussel en die worden ingevoerd voor verbruik in de lidstaten.

Artikel 2
De lidstaten verbinden zich aan in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardolieproducten, over­ eenkomstig dit protocol, de tariefvoordelen toe te kennen die voortvloeien uit de associatie van dit land met de Unie. De bepalingen van dit protocol gelden ongeacht de regels inzake oorsprong welke door de lidstaten worden toegepast.

Artikel 3
1. Wanneer de Commissie op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief vaststelt dat de invoer in de Unie volgens artikel 2 van in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardolieproducten werke­ lijke moeilijkheden op de markt van een of meer lidstaten teweegbrengt, besluit zij dat voor deze invoer door de betrokken lidstaten douanerechten zullen worden ingesteld, verhoogd of weder toegepast, voor zover en voor zo lang als nodig is om aan deze situatie het hoofd te bieden. De aldus ingestelde, verhoogde of weder toegepaste douanerechten mogen niet hoger zijn dan de douanerechten die tegenover derde landen voor dezelfde producten van toepassing zijn.

2. De bepalingen van het voorgaande lid kunnen in ieder geval worden toegepast wanneer de invoer in de Unie van in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardolieproducten twee miljoen ton per jaar bereikt.

3. De door de Commissie krachtens de voorgaande leden gegeven besluiten met inbegrip van die welke strekken tot het afwijzen van een verzoek van een lidstaat, worden ter kennis van de Raad gebracht. Deze kan ze op verzoek van elke lidstaat in behandeling nemen en kan op elk ogenblik besluiten ze te wijzigen of in te trekken.

Artikel 4
1. Indien een lidstaat oordeelt dat invoer van in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardolie­ producten welke rechtstreeks of via een andere lidstaat overeenkomstig artikel 2 plaatsvindt, werke­lijke moeilijkheden op zijn markt veroorzaakt en dat onmiddellijk optreden noodzakelijk is om daaraan het hoofd te bieden, mag hij op eigen initiatief besluiten, op deze invoer douanerechten toe te passen die niet hoger zijn dan de douanerechten die tegenover derde landen voor dezelfde producten van toepassing zijn. Hij brengt dit besluit ter kennis van de Commissie, die binnen één maand beslist of de door deze staat getroffen maatregelen mogen worden gehandhaafd, dan wel dienen te worden gewijzigd of opgeheven. Artikel 3, lid 3, is op dit besluit van de Commissie van toepassing.

2. Wanneer de invoer van in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardolieproducten welke rechtstreeks of via een andere lidstaat overeenkomstig artikel 2 plaatsvindt in één of meer lidstaten van de Europese Unie gedurende één kalenderjaar de in de bijlage van dit protocol vastgestelde hoeveelheden overschrijdt, worden de eventueel krachtens lid 1 door deze lidstaat of lidstaten getroffen maatregelen voor het lopende kalenderjaar rechtmatig geacht: na zich ervan te hebben overtuigd dat de vastgestelde hoeveelheid is bereikt, neemt de Commissie nota van de getroffen maatregelen. In dit geval zien de andere lidstaten ervan of zich tot de Raad te wenden.

Artikel 5
Indien de Unie besluit kwantitatieve beperkingen toe te passen op de invoer van aardolieproducten, ongeacht de herkomst daarvan, mogen deze ook worden toegepast op de invoer van die producten uit de Nederlandse Antillen. In dat geval wordt aan de Nederlandse Antillen een voorkeursbehan­deling ten opzichte van derde landen gewaarborgd.

Artikel 6
1. De bepalingen van de artikelen 2 tot en met 5 worden door de Raad, met eenparigheid van stemmen na raadpleging van het Europees Parlement en van de Commissie herzien bij de aanvaar­ding van een gemeenschappelijke definitie van de oorsprong voor aardolieproducten afkomstig uit derde en geassocieerde landen, bij het nemen van besluiten in het kader van een gemeenschappelijke handelspolitiek voor de betrokken producten, of bij de opstelling van een gemeenschappelijk ener­giebeleid.

2. Bij deze herziening dienen evenwel in ieder geval voor de Nederlandse Antillen in een passende vorm gelijkwaardige voordelen voor een hoeveelheid van ten minste 2,5 miljoen ton aardoliepro­ducten te worden gehandhaafd.

3. De verplichtingen van de Unie betreffen de in lid 2 genoemde gelijkwaardige voordelen kunnen zo nodig over de landen verdeeld worden, waarbij met de in de bijlage van dit protocol vermelde hoeveelheden rekening wordt gehouden.

Artikel 7
In verband met de uitvoering van dit protocol dient de Commissie het verloop van de invoer van in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardolieproducten in de lidstaten te volgen. Deze brengen alle daartoe dienstige gegevens volgens de door de Commissie aanbevolen administratieve voorschriften te harer kennis; zij zorgt voor de verspreiding daarvan.

BIJLAGE BIJ HET PROTOCOL[bewerken]

Voor de toepassing van artikel 4, lid 2, van het protocol betreffende de invoer in de Europese Unie van in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardolieproducten hebben de Hoge Overeenkomstsluitende Partijen besloten dat de hoeveelheid van twee miljoen ton Antilliaanse aardolieproducten als volgt over de lidstaten wordt verdeeld:

Duitsland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 625 000 ton
Belgisch-Luxemburgse Economische Unie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200 000 ton
Frankrijk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .  75 000 ton
Italië  . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100 000 ton
Nederland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 000 000 ton