Verklaring nopens het verbod om projectielen en ontplofbare stoffen uit ballons te werpen
| Uitgegeven in 's-Gravenhage door Staatsblad. Verdrag van 18 october 1907, in werking getreden op 26 januari 1910. |
[ 356 ]
VERTALING.
VERKLARING
nopens het verbod om projectielen en ontplofbare stoffen uit ballons te werpen.
De ondergeteekenden, Gevolmachtigden der tot de Tweede Internationale Vredesconferentie te 's Gravenhage uitgenoodigde Mogendheden, te dien einde door hunne Regeeringen behoorlijk gemachtigd,
Geleid door de gevoelens, welke hunne uiting hebben gevonden in de Verklaring van St. Petersburg van 29 November/11 December 1868, en wenschende de verklaring van 's Gravenhage van 29 Juli 1899, welke is komen te vervallen, te hernieuwen,
- Verklaren:
De verdragsluitende Mogendheden stemmen voor een tijdperk, loopende tot het einde der Derde Vredesconferentie, toe in het verbod om, uit ballons of op andere dergelijke nieuwe wijzen, projectielen en ontplofbare stoffen te werpen.
Deze verklaring is slechts verbindend voor de verdragsluitende Mogendheden in geval van oorlog tusschen twee of meer harer.
Zij houdt op verbindend te zijn met het oogenblik, dat in eenen oorlog tusschen verdragsluitende Mogendheden, eene niet verdragsluitende Mogendheid zich mocht aansluiten bij eene der oorlogvoerenden.
Deze Verklaring zal binnen den kortst mogelijken termijn worden bekrachtigd.
De akten van bekrachtiging zullen te 's Gravenhage worden nedergelegd.
Van de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging zal [ 357 ]een proces-verbaal worden opgemaakt, waarvan een voor eensluidend gewaarmerkte afdruk langs diplomatieken weg zal worden overgemaakt aan alle verdragsluitende Mogendheden.
De niet onderteekenende Mogendheden kunnen tot deze Verklaring toetreden. Zij hebben, te dien einde, hunne toetreding kenbaar te maken aan de verdragsluitende Mogendheden, door middel eener geschreven kennisgeving, gericht aan de Nederlandsche Regeering en door deze medegedeeld aan al de andere verdragsluitende Mogendheden.
Indien het gebeurde dat eene der Hooge Verdragsluitende Partijen deze Verklaring mocht opzeggen, zal die opzegging eerst gevolg hebben één jaar na de schriftelijke kennisgeving aan de Nederlandsche Regeering, welke door deze onmiddellijk wordt medegedeeld aan al de andere verdragsluitende Mogendheden.
Die opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte der Mogendheid, die er van kennis heeft gegeven.
Ten blijke waarvan de Gevolmachtigden deze verklaring van hunne onderteekeningen hebben voorzien.
Gedaan te 's Gravenhage, den achttienden October een duizend negen honderd en zeven, in enkelvoudig exemplaar, dat nedergelegd blijft in de archieven der Nederlandsche Regeering en waarvan voor eensluidend verklaarde afdrukken langs diplomatieken weg worden overgemaakt aan de Verdragsluitende Mogendheden.
- (Zie de onderteekeningen onder den tekst der Verklaring.)