Wetboek op de regterlijke instellingen en regtspleging in het koningrijk Holland/Eerste boek/Tweede titel/Zesde hoofdstuk

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
vijfde hoofdstuk Wetboek op de regterlijke instellingen en regtspleging in het koningrijk Holland


(eerste boek, tweede titel, zesde hoofdstuk)

zevende hoofdstuk
ZESDE HOOFDSTUK.

VAN DEN FISCAAL DES KONINGS OVER DE MIDDELEN TE WATER EN TE LANDE.

Artikel 186[bewerken]

De fiscaal des Konings over de middelen te water en te lande zal in zijne betrekking, als openbare aanklager bij de middelen te lande, voor het hoog geregtshof vervolgen alle zoodanige actiën, als door hem tot dus verre voor den raad van judicature over de middelen te water en te lande gebragt werden.

Artikel 187[bewerken]

Hij zal wijders in deze hoedanigheid dezelfde pligten jegens het hof, als bevorens omtrent den voorgemelden raad uitoefenen, en zich voorts in dezelve betrekking bijzonder gedragen, naar den inhoud van de inſtructie van den 4den van grasmaand 1806, welke in zoo verre gehouden wordt voor in deze geïnfereerd.