Wetboek van Strafrecht Suriname (begunstiging)

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wetboek van Strafrecht

Auteur Surinaamse staat
Genre(s) Wetboek
Brontaal Nederlands
Datering 14 oktober 1910
Vertaler Niet vertaald
Bron De Nationale Assemblée
Auteursrecht Publiek domein
Logo Wikipedia
Meer over Wetboek van Strafrecht op Wikipedia

Wetboek van Strafrecht Suriname

Boek II Titel XXX

Begunstiging

TITEL XXX. BEGUNSTIGING

Art. 480. Hij, die opzettelijk enig door misdrijf verkregen voorwerp koopt, huurt, inruilt, in pand neemt, als geschenk aanneemt of uit winstbejag verkoopt, verhuurt, verruilt, in pand geeft, vervoert, bewaart of verbergt, wordt, als schuldig aan heling gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van ten hoogste zes duizend gulden.

Dezelfde straf wordt opgelegd aan hem die opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen voorwerp voordeel trekt.

Art. 481. Hij die een gewoonte maakt van het opzettelijk kopen, inruilen, in pand nemen of verbergen van door misdrijf verkregen voorwerpen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Art. 482. Hij, die enig voorwerp koopt, huurt, inruilt, in pand neemt, als geschenk aanneemt of uit winstbejag verkoopt, verhuurt, verruilt, in pand geeft, vervoert, bewaart of verbergt, wordt, indien aan zijn schuld te wijten is dat zijn handeling een door misdrijf verkregen voorwerp betreft, ge-straft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste één jaar of geldboete van ten hoogste zes duizend gulden.

Dezelfde straf wordt opgelegd aan hem die uit de opbrengst van enig voorwerp voordeel trekt, indien aan zijn schuld te wijten is, dat zijn handeling een door misdrijf verkregen voorwerp betreft.

Art. 483. Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 480-482 omschreven misdrijven kan ontzetting van de in artikel 46 No. 1-4 vermelde rechten worden uitgesproken en kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft.

Art. 484. Hij die enig geschrift of enige afbeelding uitgeeft van strafbare aard, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden, indien:

1o. de dader noch bekend is, noch op de eerste aanmaning na de rechtsingang is bekendgemaakt;

2o. de uitgever wist of moest verwachten, dat de dader op het tijdstip der uitgave strafrechtelijk niet vervolgbaar of buiten Suriname gevestigd zou zijn.

Art. 485. Hij die enig geschrift of enige afbeelding drukt van strafbare aard, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden, indien:

1o. de persoon op wiens last het stuk gedrukt in noch bekend is, noch op de eerste aanmaning na de rechtsingang is bekendgemaakt;

2o. de drukker wist of moest verwachten, dat de persoon op wiens last het stuk gedrukt is, op het tijdstip der uitgave strafrechtelijk niet vervolgbaar of buiten Suriname gevestigd zou zijn.

Art. 486. Indien de aard van het geschrift of de afbeelding een misdrijf oplevert dat alleen op klachte vervolgbaar is, kan de uitgever of drukker in de gevallen der beide voorgaande artikelen alleen vervolgd worden op klachte van hem tegen wie dat misdrijf gepleegd is.


Bron: Surinaamse Wetten en Aanverwante Wettelijke Regelingen [1]

De website van De Nationale Assemblée stelt de wetgeving beschikbaar in haar redactie tot 2005. Wetsartikelen die later werden gewijzigd worden hier op deze Wikisource [tussen haakjes] opgenomen, met vermelding van het Staatsblad waarin de wijzigende bepaling werd opgenomen.