Auteurswet Suriname - Hoofdstuk IV

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Copyright.svg   Wet van 22 maart 1913, houdende nieuwe regeling van het auteursrecht   PD-icon.svg
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Hoofdstuk II. De handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
Hoofdstuk III. De duur van het auteursrecht
Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen[bewerken]

Artikel 44[bewerken]

Bij het in werking treden van deze wet vervalt het Koninklijk besluit van 11 Mei 1883 No. 39 (G.B. No. 11), houdende regeling van het auteursrecht in Suriname.

Echter blijft artikel 11 van dit besluit van kracht ten aanzien van werken en vertalingen, vóór bedoeld tijdstip ingezonden.

Artikel 45[1][bewerken]

Deze wet is van toepassing op alle werken van letterkunde, wetenschap of kunst, welke hetzij vóór, hetzij na haar inwerking treden door of vanwege de maker voor de eerste maal, of binnen dertig dagen na de eerste uitgave in een ander land, zijn uitgegeven in Suriname, alsmede op alle zodanige niet of niet aldus uitgegeven werken, welker makers zijn Nederlanders, dan wel ingezetenen van Suriname.

Een werk is uitgegeven in de zin van dit artikel, wanneer het in druk is verschenen, of in het algemeen wanneer exemplaren daarvan, van welke aard ook, mits in voldoende hoeveelheid, ter beschikking van het publiek zijn gesteld.

De opvoering van een toneelwerk of muziek-dramatisch werk, de uitvoering van een muziekwerk, de vertoning van een cinematografisch werk, de voordracht of radio-uitzending van een werk en de tentoonstelling van een kunstwerk worden niet als een uitgave aangemerkt.

Ten aanzien van bouwwerken en van werken van beeldende kunst die daarmede één geheel vormen, wordt het bouwen van het bouwwerk of het aanbrengen van het werk van beeldende kunst als uitgave aangemerkt.

Artikel 46[bewerken]

Deze wet erkent geen auteursrecht op werken, waarop het auteursrecht op het tijdstip van inwerkingtreden krachtens een der artikelen 13 of 14 van het Koninklijk Besluit van 11 Mei 1883 No. 39 (G.B. No. 11), houdende regeling van het auteursrecht in Suriname was vervallen.

Artikel 47[bewerken]

Het auteursrecht, verkregen krachtens het Koninklijk besluit van 11 Mei 1883 No. 39 (G.B. No. 11), houdende regeling van het auteursrecht Suriname, blijft na het inwerkingtreden van deze wet gehandhaafd.

Artikel 48[2][bewerken]

Vervallen.

Artikel 49[3][bewerken]

Alle akten en geschriften betreffende de gehele of gedeeltelijke overdracht van auteursrecht of betreffende de vergunning tot uitoefening van enige tot het auteursrecht behorende bevoegdheid, die door de gerechtigde en de verkrijger of hun wettelijke vertegenwoordigers te zamen of ieder afzonderlijk, hetzij in onderhandse vorm, hetzij ten overstaan van een openbare ambtenaar, zonder medewerking van derden, worden opgemaakt, zijn vrij van zegel.

Artikel 50[bewerken]

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Wet auteursrecht 1913".

Artikel 51[bewerken]

Deze wet treedt in werking op de dag van haar afkondiging.

Noten[bewerken]

  1. Gew. bij G.B. 1959 no. 76.
  2. Vervallen bij G.B. 1959 no. 76.
  3. Gew. bij S.B. 1981 no. 23.