Naar inhoud springen

De Génestet/Een geloovige

Uit Wikisource
← De man van het ware midden De dichtwerken van P.A. de Génestet (1877) door P.A. de Génestet

DE STAND DER ZAKEN VII. Een geloovige.

Het absolute →
Uitgegeven in Amsterdam door Gebroeders Kraay.
[ 332 ]

XLVI.

EEN GELOOVIGE.

 Uit de neevlen zal de Dag
  Eenmaal zeker rijzen.
 Schoon niet ik hem groeten mag -
'k Zal er eeuwig God voor prijzen:
 Dat ik op mijn aardschen tocht,
Onder weemoed, scherts of lijden,
Met een hart voor al wie strijden,
 Steeds naar 't hoogste zoeken mocht.