De Génestet/Hoe zich een dichter troost

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoe zich een dichter troost

Probatum est.

Geen goud heeft ooit mijn oog getrokken
Dan ’t zijden goud van maagdenlokken,
  Dan ’t purpren goud van d’avondstond;
Dan, rijke muze dezer dalen,
Aurora met den krans van stralen!
  De gouden rozen in uw mond;
Dan ’t bruine goud der beukeblaêren,
Het blonde goud der ruischende aren,
Het maatgeluid van gouden snaren;
  Dan ’t heilig goud, dat Liefde en Echt
Door ’s Bruigoms witbesneeuwde haren
  In groene mirtekransen vlecht,
Of – op de voorjaars milde wegen
De stroomen van den gouden regen.