De Génestet/Levenslust

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Levenslust

Levenslust is ’t ware leven,
  Is het liefelijkste goed,
Dat de lachende aard kan geven
  Van haar weelde en overvloed.
’t Is geen trek der dwaze zinnen
’t Jonge leven te beminnen:
  Levenslust is levenskracht;
Levenslust is vroolijk strijden,
Hopend en geduldig lijden –
Is een kinderlijk verblijden,
  Dat den Hemel tegenlacht.

Maar om ’t leven wel te smaken,
  Dient daar nog een hooger gloed
In de vrome borst te blaken:
  Vaste, kalme stervensmoed!
Wie geen moed heeft om te sterven:
Zal den moed tot leven derven:
  Steeds gaapt de afgrond aan zijn voet.
Om langs rozen mij te leiden,
Om mijn leger zacht te spreiden,
Als dit minnend hart moet scheiden,
Geef o God! geef mij die beiden:
  Levenslust en stervensmoed.