Naar inhoud springen

De Génestet/Peinzensmoede

Uit Wikisource
← Dogmatisme De dichtwerken van P.A. de Génestet (1877) door P.A. de Génestet

Peinzensmoede

Gij en wij →
Uitgegeven in Amsterdam door Gebroeders Kraay.
[ 367 ]

CXIII.

PEINZENSMOEDE.

Daar is geen Priester
 Die Hem verklaart!
In raadslen wandelt
 De mensch op aard.

Wie ’t Licht van Heden
 Ook juublend eer’,
Dit licht doet smachten
 Vooral – naar meer!

Want ach, wat nevel
 Van Dwaling vlied’ –
De Zon der Kennis,
 Zij schijnt hier niet.

[ 368 ]
Mysterie — ’t leven!
 Mysterie — ’t lot!
Die schepping predikt
 Geen liefdrijk God.

Natuur — wat deert haar
 Uw vreugde, uw leed?
Ze is zielloos lieflijk
 En reedloos wreed!

En Hij die allen
 Is vóórgegaan?
Liet zonder antwoord
 Ons Waarom staan!

Het eind der wijsheid
 Blijkt altoos meer;
Wij weten weinig —
 Te weinig, Heer!

Maar toch, al gloeit soms
 Mijn hoofd van smart —
In U, mijn Schepper,
 Vertrouwt mijn hart.

Niet ómdat alles
 Uw Liefde ontdekt,
Maar óndanks alles
 Dat twijfel wekt!

Trots ’t onverklaarbre
 Dat huivren doet,
En ’t onbewijsbre
 Der hoop, die ’k voed!

Trots ieder raadsel,
 Het Kwaad zóó groot,
De Smart zóó schriklijk,
 Trots rouw en dood....

[ 369 ]
Ja tóch, ik meene
 Dat ik Uw hand
Wel speurde in ’t leven —
 Uw Vaderland;

En dat mijn ziele,
 Ter stille nacht,
Uw stem wel hoorde,
 Zoo teêr, zoo zacht.

Na vuur en stormwind
 Zweefde ook soms mij
Schoon geen Elia —
 De Heer voorbij...

Uw starrenhemel,
 Hij trekt mijn oog, —
Als ’t woord des Heilgen
 Mijn hart omhoog!

Ik smacht, vermoeide
 Van ’s levens loop —
Mijn hope is weemoed,
 Mijn weemoed hoop!

En ’k geef mij over,
 Met blind geloof,
Aan U den Vader,
 Wien me niets ontroof!

Daar is geen Priester
 Die Hem verklaart!
Doch U zoekt niemand
 Vergeefs op aard.

1860.