Gezelle/Arm huisgezin

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Winterstilte * 14 Arm huisgezin van Guido Gezelle Elisabeth * 16
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Onder ‘t duister dak gedoken,
     strooi en vodden altegaar,
heel onttodderd, half gebroken,
     staat des werkmans woonsteê daar.

‘t Kaafgat, omme- en scheefgetrokken,
     vallen gaat; en daar, deureen,
liggen afgerolde brokken
     bruingebrand al, gruis en steen.

‘t Dak beneden, deur de wanden,
     glazenloos, van latte en leem,
zie ‘k getelde turven branden,
     doodsch, in ‘t deerlijk huisgeheem.

Open ligt het, aller oogen;
     ‘t waait erdeure en ‘t sneeuwt erin;
‘s zomers zal me' er hitte in doogen,
     ‘s winters koude. - Arm huisgezin!

31/8/1896