Gezelle/De reuze

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
IJslandvaarders * 40 De reuze van Guido Gezelle Storme op zee * 42
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Uitgekleed, in ‘t zonnebranden,
     al uw' leden naakt en bloot,
heerscher in de nederlanden,
     koning van de bosschen groot,
eekeboom, zoo sterk voorheden,
wie dan heeft u neêrgestreden?

Winden vielen, vast en vele,
     stormende u, en stootende, aan;
grepen u bij hals en kele,
     wilden u in ‘t zand gedaan:
staan zoo liet het al te booze
windgevaarte u, schrikkelooze!

Donderende drakentoten,
     hemelmachten, onbekend,
vonken viers en vorken schoten,
     dapper, u de top omtrent:
niets en heeft ontroerd, of onder ‘t
bliksemvier u neêrgedonderd.

Wie dan heeft u omgestreden,
     groene reus, met al uw' macht;
naakt en bloot uw' schoone leden,
     effenvloers, in ‘t zand gebracht?
Wie kon al uw' krachten dwingen,
haarloze, en in schande u bringen?

Staan en blijft voor menschenhanden
     niets, ‘t en zij dat eeuwig leeft;
koning van de nederlanden,
     sterk , is Hij, die nooit en beeft:
‘t menschdom heeft u, baas bedegen,
groene reuze, omneergekregen.

1/10/1896