Gezelle/Ego vigilabo

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Avond * 127 Ego vigilabo van Guido Gezelle Dat wilde ik weten * 129
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

De zonne is weg, en ‘t daglicht heengevaren;
het duistert al, de dood heeft de overhand
gewonnen over ons, die eer zoo luide waren
aan ‘t leven, heden, vrij en onvermand.
De zonne is weg, die liên en land
verblijdt, en ‘t vlugge volk van ‘s hemels harpenaren.

Ze zwijgen al nu, tonge- en taalberoofden;
ze treuren: ‘t zonnelicht is uitgedaan;
en, daar ze henen zijn, en bergen hunne hoofden,
en hoore ik stemme meer, noch asem gaan:
de dikke duisternissen staan
daar, vast en verre nu, die zang en zonne doofden.

Doch, binnen mij, zoo leeft er licht en sprake;
doch binnen mij, zoo hoort en spreekt er Een,
dien duisternissen, dag, noch dood, noch ander zake
belet en doen: omving mij staal en steen,
die binnenkomt bij mij, alleen
en zegt, of ook hij vonde in slape mij: "Ik wake."



15/9/1894