Gezelle/Groeningeveld

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Eeuwelingen * 80 Groeningeveld van Guido Gezelle Vuistrecht * 82
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Groeningeveld, waar zijn de dagen,
     als in uw gras, als in uw zand,
steunende op God, de legers lagen,
     die vochten vrij ons Vaderland?
     Laat op dat veld, in onze hand,
          den leeuw ontwaaien,
     en leve, vrij van schade en schand,
               ons Vlanderland!

Groeningeveld, daar blommen bloeien,
     daar kooren wast nu, overal,
daar gaan wij, vrij van vreemde boeien:
     wie die het ons verbieden zal?
     Laat op dat veld, in onze hand,
          den leeuw ontwaaien;
     veerdig, en vrij van allen band,
               zij Vlanderland!

Groeningeveld, uit alle velden
     het heerlijkste, dat zonne groet;
daar ‘t vlaamsche Volk zijn vlaamsche helden,
     bij ‘t vlaamsche lied, herleven doet!
     Laat op dat veld, in onze hand,
          den leeuw ontwaaien,
     wekkende, aan Leye- en Scheldekant,
               ‘t oud Vlanderland!

Groeningeveld! o Kortrijkse aarde,
     vruchtbaar, en vrij van vreemd gewas,
spare u de hand die eens u spaarde:
     weêr zij ons volk zoo ‘t eertijds was!
     Laat op dat veld, in onze hand,
          den leeuw ontwaaien,
     en houde vrij den ouden trant
               ‘t nieuw Vlanderland!

Groeningeveld! De gulden vane
     donkert de zwarte leeuw! Kom-aan!
voere hij ‘t volk ter zegebane:
     ziet hoe zijn' roode klauwen slaan!
     Laat op dat veld, in onze hand,
          den leeuw ontwaaien:
     volge ‘em, bloerood getongd, getand,
               heel' Vlanderland!

18/9/1894