Gorter/De lamp schijnt, de kamer is open

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

DE lamp schijnt, de kamer is open --
buiten hoor ik de wind loopen.
De bladen, de flappende bladen,
de flaplentebladen -- de flapnachtbladen,
ze zijn groen en ze zijn zwart en slap --
hun natte lippen, 't slap handegeklap --
hoor 't opwaaien, 't alle-weggaan,
daar komen ze weer aan --
het schermutsel in 't donker van zachte wapenen,
het aan elkaar klapperen,
hoor ze in de verte aangaan,
de nacht is heel open gegaan
als sluizen --
langs mijn hand koel gezoen en gestrook,
het licht schijnt als in rook,
't is als om slapen te gaan,
in 't schijnlicht, die vlijblaên, 't opgaan, 't neergaan.