In het jaar 2000 (Bellamy 1890)/24

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
XXIII. In het jaar 2000 van Edward Bellamy

XXIV.

XXV.


[ 197 ]
 

HOOFDSTUK XXIV.

 

 

Ik ging 's morgens vroeg naar beneden in de hoop Edith alleen te vinden. Hierin werd ik echter teleurgesteld. Haar niet ziende in het huis, zocht ik haar in den tuin, maar zij was daar niet. Ik daalde af in de onderaardsche kamer en ging even zitten rusten. Op de leestafel lagen verscheidene tijdschriften en couranten, en denkende dat Dr. Leete het aardig zou vinden een Bostonsch dagblad van 1887 in te kijken, nam ik er een mede naar boven. Aan het ontbijt ontmoette ik Edith. Zij bloosde toen zij mij begroette, maar was zich zelf volkomen meester. Terwijl wij aan tafel zaten, las Dr. Leete in de courant die ik hem gegeven had. Er stond, evenals in alle bladen uit dien tijd, veel in over de arbeidsquaestie, werkstakingen, verwijdering van werklieden, boycotten, de programma's van arbeiders-partijen en de wilde dreigementen van de anarchisten.

—"Apropos," zeide ik, toen de dokter ons eenige van die zaken voorlas, "welk aandeel namen de volgelingen van de roode vlag in de vestiging van de nieuwe orde van zaken? Zij maakten nog al leven in mijn tijd."

"Zij hadden er niets mede te maken dan alleen om [ 198 ] haar tegen te werken," antwoordde Dr. Leete. "En dat deden zij met veel gevolg zoolang zij bestonden, want hun gepraat schrikte de menschen zoo af, dat de best overlegde voorstellen van maatschappelijke hervormingen geen hoorders vonden. Het ondersteunen van die menschen was een van de slimste maatregelen van de tegenstanders van verbetering."

—"Het ondersteunen?" riep ik vol verwondering uit.

—"Zeker," antwoordde Dr. Leete. "Geen historische autoriteit tegenwoordig twijfelt er aan dat zij betaald werden door de groote monopolies om de roode vlag te zwaaien en te spreken over brandstichting, plundering en menschen in de lucht laten vliegen, teneinde, door de vreesachtigen te doen schrikken, alle werkelijke hervormingen af te keeren. Wat mij het meeste verbaast, is dat gij zonder iets te vermoeden in den val geloopen zijt."

—"Op welke gronden gelooft gij dat de partij van de roode vlag betaald werd?" vroeg ik.

—"Wel, eenvoudig omdat men gezien moet hebben dat hunne manier van doen hunne zoogenaamde zaak éen vriend tegen duizend vijanden bezorgde. Te onderstellen dat zij geen geld kregen voor het werk, is hun een onbegrijpelijke domheid toedichten. In de Vereenigde Staten, nog meer dan in eenig ander land, kan geen partij redelijkerwijze verwachten hare leer te doen zegepralen, alvorens zij de meerderheid van het volk tot hare denkbeelden heeft overgehaald, hetgeen de nationale partij ten slotte wist te bereiken."

—"De nationale partij!" hervatte ik. "Die moet na mijn tijd ontstaan zijn. Ik denk dat zij een van de arbeiderspartijen was."

—"O neen," zeide de dokter. "De arbeiders-partijen, [ 199 ] als zoodanig, zouden nooit iets op groote en blijvende schaal hebben kunnen verrichten. Voor nationale doeleinden was hun werkkring als klasse-organisatie te beperkt. Niet voor een andere schikking in het industrieele en maatschappelijke stelsel, op een hoogeren zedelijken grondslag, erkend werd in het belang te zijn, niet van ééne klasse, maar van alle klassen gelijkelijk, van rijken en armen, van beschaafden en dommen, van ouden en jongen, zwakken en sterken, mannen en vrouwen, kon er eenig uitzicht bestaan dat zij verkregen zou worden. Toen onstond de nationale partij om haar langs den weg van politieke hervormingen te verwezenlijken. De naam komt waarschijnlijk van haar beginsel, om de verrichtingen van productie en distributie te nationaliseeren. Een anderen naam kon zij ook bezwaarlijk gevoerd hebben, want haar doel was het denkbeeld van eene natie te verwezenlijken met een grootschheid en een volledigheid nooit te voren bedacht, niet enkel als een vereeniging van menschen voor zekere staatkundige regeling die hun geluk slechts uit de verte betreft, maar als een gezin, een levenwekkend verband, een gezamenlijk bestaan, een machtige, tot aan den hemel reikende boom waarvan de bladeren de menschen zijn, gevoed door de aderen en wederkeerig den stam voedende. Meer vaderlandsch gezind dan eenige andere partij, streefde zij er naar de vaderlandsliefde tot haar recht te doen komen en haar van een instinktmatige neiging om te scheppen tot een redelijke toewijding, door het geboorteland in waarheid tot een vaderland te maken, een vader die zijn kinderen in het leven hield, niet bloot een afgod waar zij voor moesten sterven."