P.L. Tak gestorven! Frank van der Goes 1939

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
P.L. Tak gestorven! van Frank van der Goes
'P.L. Tak gestorven!' werd oorspronkelijk gepubliceerd in De Nieuwe Tijd in 1907. De hier weergegeven tekst is ontleend aan Uit het werk van Frank van der Goes, gepubliceerd in 1939 te Amsterdam bij De Wereldbibliotheek N.V.. Dit werk is in het publieke domein.


[ 196 ]
 

P.L. TAK GESTORVEN![1]

 

Vriendelijke en onvriendelijke beoordeelaars stemmen met elkaar hierin overeen, dat onze overleden partijgenoot, die vele jaren, een kwart eeuw bijna, aan het openbare en politieke leven deelnam eer hij tot de partij van het socialisme toetrad, in die Partij voor het eerst den werkkring vond die zijn vele gaven tot volkomen ontwikkeling bracht.

Bestuurder van een groote fraktie der Liberalen, oprichter en bestuurder van de organisatie der Radikalen, bleef Tak met al zijn kundigheden en talenten in de tweede rij der aanvoerders.

Hij was niet zoodra overgekomen tot de Sociaaldemokratie of hij stond in het voorste gelid: als hoofdredakteur van het dagblad; als lid van den Raad van Amsterdam, van de Tweede Kamer, van een Provinciale vertegenwoordiging; als voorzitter van het Partijbestuur, en in deze kwaliteit ook met de dagelijksche leiding voor een groot deel belast.

Het zou tastbare overdrijving zijn wanneer men, tot verklaring, wilde zeggen dat Tak iemand was wiens persoonlijke waarde die van de meeste andere publieke mannen overtrof, dat hem alleen door eenig toeval of noodlot in andere Partijen geen recht was wedervaren.

Veeleer moet onzerzijds worden erkend dat de overstelping met verantwoordelijke en moeilijke ambten—enkel de voornaamste werden genoemd—teeken en gevolg is geweest eener betrekkelijke schaarschte aan mannen die, als hij, tot velerlei arbeid bekwaam zijn en voor alle diensten beschikbaar.

Een gebrek, overigens, in de partij van het kapitalistisch proletariaat maar al te begrijpelijk. Het proletariaat, dat slechts door eigen inspanning bevrijd kan worden, moet althans eenigen zijner vertegenwoordigers ontnemen aan de klasse zijner tegenstanders. Zoo bevoordeelt het niet alleen zich zelf, maar verzwakt het tegelijk deze tegenpartij, die wetenschap en beschaving pleegt te beschouwen als een privaatbezit waarvan haar het mono[ 197 ] polie evenzeer toekomt als dat van het stoffelijk kapitaal. De arbeidersklasse, echter, trekt eenige dragers van onstoffelijke goederen tot zich, en begint op deze wijze de onteigening van de bezitters, wijl in haar dienst beschaving en wetenschap eerst recht aan de bevolkingen der wereld ten goede komen.

Maar zij trekt niet op dezelfde manier alle de voor haar nuttige elementen aan.

De vooruitgang van de menschheid heeft zich noodzakelijk tot heden steeds vertoond als het revolutionnaire streven van een maatschappelijke klasse. Dit was onvermijdelijk zoolang de klassemaatschappij bestond. Alle vooruitgang, dus, is het produkt geweest van een dikwijls langdurige en moeilijke worsteling om het geluk, die als zoodanig ook sommigen heeft bekoord, wier plaats oorspronkelijk niet bij de strijdende klasse lag.

De Sociaaldemokratie heeft de kennis van het maatschappelijk stelsel dat zij bestrijdt, en dat zij moest kennen om het te verslaan, als een vervanging en uitbreiding van de burgerlijke staathuishoudkunde en geschiedenis toegevoegd aan de Wetenschap.

De Sociaaldemokratie heeft echter ook de kennis van de beste wijze om voor nu en voor altijd de lichamelijke en geestelijke nooden van de groote menigte op te heffen, toegevoegd aan de Staatkunde.

Sommigen uit de bourgeoisie, nu, worden bekoord door de Waarheid die zij leert. Anderen, door het Goede, dat zij verricht, of verrichten doet, of strijdt om te kunnen verrichten.

Onze nu voor altijd verloren medestander behoorde krachtens zijn bijzonderen aard tot de laatsten.

Alvorens de sociaaldemokratie naar zijn oordeel haar recht van bestaan had bewezen als een partij niet enkel van propaganda maar van hervorming, heeft hij gezocht naar een arbeidsveld elders.

Wat de theorie hem desgevraagd had kunnen zeggen: dat van liberalen noch van radikalen ernstige konsekwente hervormingsarbeid op den duur te verwachten viel, heeft hij enkel uit de ervaring willen leeren. Toen hij [ 198 ] alle betrekkingen met burgerlijke partijen verbroken had, trachtte hij nog buiten alle partijverband in een eigen orgaan invloed uit te oefenen op de beslechting van praktische en aktueele vraagstukken.

Tak hield zich afzijdig in 1891 en '92, toen een beginnend verzet tegen de verderfelijke leiding van den ouden Bond den aanvang eener nieuwe richting vormde die hij volkomen goedkeurde. Ook in 1894, toen de nieuwe richting zich weldra verduidelijkte, en de paar leiders niet meer geheel alleen stonden, hield Tak zich afzijdig. Hij meende nog steeds grooter nut te kunnen stichten ook buiten dit partijverband.

De eerste verkiezingsstrijd, in 1897, leverde de eerste overwinningen op, waarbij niet enkel kamerzetels maar ook de steun van nieuwe helpers werd verworven. De grootste aanwinst onder dezen was wel de persoon van den man dien wij reeds nu moeten missen. De voor hem tot bloote formaliteit geworden inschrijving als lid volgde een groot jaar later.

Het is overbodig uit te weiden over hetgeen door Tak in het eindelijk met vreugde aanvaarde partijverband verricht is. Hij legde zich bij voorkeur toe op de werkzaamheid die van alle praktisch werk de spoedigste vruchten belooft: de hervorming van het gemeentebeheer in socialistischen geest. De socialistische gemeente-politiek zal nog zeer veel verder moeten worden gevoerd, maar nooit zullen de socialistische raadsleden kunnen vergeten wie het was, die de eerste stappen deed, wie als eenig vertegenwoordiger wist naar zich te doen luisteren en zelfs somtijds zich te doen volgen. Lateren zullen, krachtens grootere macht van hunne mandaatgevers, hoogere eischen stellen, scherpere aanvallen ondernemen, zich doen vreezen en gehoorzamen. Doch zij zullen aan de volharding en toewijding, aan de bekwaamheid waarmede Tak het werk begon een voorbeeld nemen, dat bezwaarlijk te overtreffen zal zijn.

 

Onze Partij heeft in haar dertienjarig bestaan geen verlies geleden, dat zoo zwaar te dragen valt als dit. De [ 199 ] dag waarop het overlijden van Tak bekend werd, is voor ons allen de droevigste dag geweest van ons partijleven. Niemand die aan het begrip van partijgenootschap een zoo ruime uitlegging gaf, er een hoogere opvatting van had dan hij. Tak heeft niet alleen openbare betrekkingen waargenomen, meer dan iemand stond hij in persoonlijke relatie met zijn medeleden. Hij rekende tot zijn taak als praktisch werker ook het bijstaan met raad en daad van de zeer velen die er hem om vroegen.

Ook daarom, schoon de plaats van enkele andere voorgangers der sociaaldemocratie in Nederland, wellicht, nog moeilijker weder in te nemen zou zijn dan die thans ledig is gekomen, zou het trouwe proletariërshart zóó diep niet verslagen zijn geworden door het afsterven van wien ook onder hen.

 

  1. Voor het eerst gepubliceerd in De Nieuwe Tijd (1907).