Pagina:Darwin - Het ontstaan der soorten (1860).djvu/171

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
155
HET GEWENNEN AAN HET KLIMAAT.

worden zijn: zoo heeft men bevonden dat dennen en rhododendrons, opgeslagen uit zaad door Dr. hooker verzameld van boomen die op verschillende hoogten in het Himalayagebergte groeiden, zeer onderscheidene graden van koude konden verduren. Thwaites zegt dat hij iets dergelijks op Ceylon heeft waargenomen; en watson heeft in dien zin proeven genomen met planten, die van de Azoren naar Engeland waren overgebragt. Ten opzigte van de dieren bestaan er geloofwaardige gevallen dat eenige soorten in geschiedkundigen tijd haar gebied zeer ver uitgestrekt hebben, van warme naar koudere breedten en omgekeerd; doch wij weten niet bepaaldelijk dat die dieren juist uitsluitend geschikt waren voor het klimaat, waarin zij geboren waren, wat wij in alle gewone gevallen stellen; en ook weten wij niet dat zij vervolgens in hunne nieuwe woonplaatsen aan het klimaat gewoon geworden zijn.

Wijl ik geloof dat onze huisdieren oorspronkelijk door onbeschaafde menschen uitgekozen zijn, omdat zij nuttig waren en gemakkelijk in de gevangenis voortteelden, en niet omdat zij vervolgens geschikt bevonden werden om ver vervoerd te worden—zoo geloof ik dat de algemeene en buitengewone vatbaarheid onzer huisdieren, om niet slechts in de meest verschillende klimaten te kunnen leven, maar ook daarin volkomen vruchtbaar te zijn, gebezigd mag worden als een bewijs, dat eene menigte andere dieren, die nu nog in den natuurstaat leven, er gemakkelijk toe gebragt kunnen worden om zeer verschillende klimaten te verduren. Evenwel moeten wij het genoemde bewijs niet zoo ver drijven van daaruit de waarschijnlijke afkomst van eenigen onzer huisdieren uit wilde stammen af te leiden; het bloed van eenen wolf of een wilden hond uit de keerkringen en dat van eenen wolf of een wilden hond uit de poolstreken is misschien in onze tamme honden vermengd. De rat en de muis kunnen niet als huisdieren beschouwd worden, maar zij zijn door den mensch naar vele deelen der wereld overgebragt, en hebben nu een veel grooter gebied dan eenig ander