Pagina:Darwin - Het ontstaan der soorten (1860).djvu/181

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
165
BIJKOMENDE SEXUELE KENMERKEN.

besluit. Het is niet doenlijk iemand van de waarheid der bovenstaande stelling te overtuigen, zonder de lange lijst van feiten mede te deelen, die ik verzameld heb, maar die ik hier onmogelijk kan geven. Ik kan hier niets meer doen dan mijne overtuiging te kennen geven, dat die regel zeer algemeen is. Ik moet er vooral oplettend op maken, dat de regel geenszins toepasselijk is op elk deel dat ongewoon sterk ontwikkeld is, neen, slechts op die deelen welke in dat geval zijn in verhouding tot de zelfde deelen bij na verwante soorten. Zoo is de vleugel van de vleêrmuis een zeer ongewoon ontwikkeld deel in de klasse der zoogdieren, doch daarop is de regel niet van toepassing, omdat er eene geheele groep van vleêrmuizen is, die zulke vlerken hebben; zij zou slechts toepasselijk zijn indien eene soort van vleêrmuis vlerken had die op eene in 't oog vallende wijze ontwikkeld waren, in verhouding tot die van de andere soorten uit het zelfde geslacht. Die regel is in den uitgestrektsten zin van toepassing op bijkomende sexuele kenmerken, als zij op eene ongewone wijze voorkomen. De uitdrukking "bijkomende sexuele kenmerken", door hunter gebezigd, beteekent die kenmerken van eene sexe, welke niet onmiddellijk met het bedrijf der voortteling in verband staan. Die regel is toepasselijk op mannetjes en wijfjes, maar daar de wijfjes veel zeldzamer opmerkelijke bijkomende sexuele kenmerken vertoonen dan de mannetjes, zoo betreft zij de wijfjes slechts zelden. Dat die regel zoo streng doorgaat in gevallen van bijkomende sexuele kenmerken is te wijten aan de groote veranderlijkheid dier kenmerken, hetzij zij al of niet ongewoon ontwikkeld zijn. Doch dat onze regel niet bepaald is tot bijkomende sexuele kenmerken alleen, wordt duidelijk door de manwijvige rankpootigen bewezen: ik moet hier bijvoegen dat het juist de bovengenoemde opmerkingen van waterhouse zijn, die mij vrijheid geven om dit te beweren. In mijn volgend werk hoop ik eenige voorbeelden hiervan te geven, doch hier wil ik kortelijk slechts