Pagina:Darwin - Het ontstaan der soorten (1860).djvu/223

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
207
OVERGANGTOESTANDEN.

of geslachtlooze insekten, welke zeer dikwijls geheel verschillend van de mannetjes en van de vruchtbare wijfjes zijn ingerigt: doch daarover spreken wij in het volgende hoofdstuk. De elektrieke werktuigen der visschen leveren ook eene groote zwarigheid op: het is onmogelijk te begrijpen hoe die wonderbare werktuigen schrede voor schrede voortgebragt zijn. Het is waar, owen en anderen hebben opgemerkt dat het weefsel dier elektrieke werktuigen zeer veel op gewoon spierweefsel gelijkt; en in den laatsten tijd is het bewezen dat de roggen, Raia, werktuigen bezitten, volkomen analoog aan dien elektrieken toestel. Zij ontladen evenwel, zooals matteucei verzekert, geen elektriciteit. Wij moeten derhalve bekennen, dat wij veel te onwetend zijn om te durven beweren, dat er geen overgang hoegenaamd mogelijk is.

Die elektrieke werktuigen verwekken ons nog eene andere en wel veel grootere moeijelijkheid. Immers, zij komen slechts voor bij ongeveer een dozijn visschen, van welke de meesten zeer ver zijn van verwant met elkander te wezen. In het algemeen, als het zelfde werktuig voorkomt bij verscheidene leden van de zelfde klasse, vooral als dat gebeurt bij leden die eene zeer verschillende levenswijze voeren, mogen wij zijne aanwezigheid toeschrijven aan eene erfenis van den gemeenen stamvader, en zijne afwezigheid bij sommige leden aan het verlies door het onbruik of door de natuurkeus. Doch als de elektrieke werktuigen geërfd zijn van den stamvader mogen wij derhalve verwachten dat ten minste voorheen de elektrieke visschen bijzonder naauw aan elkander verwant geweest zullen zijn. Nu geeft evenwel de geologie geen de minste reden om te vermoeden dat voorheen de meeste visschen elektrieke werktuigen gehad hebben, die bij hunne gewijzigde nakomelingen verloren zijn gegaan.—De aanwezigheid van lichtende werktuigen bij eenige insekten, tot verschillende familiën en orden behoorende, levert eene dergelijke zwarigheid op. En zulke voorbeelden zijn er meer: bij de planten is de zeer bijzondere inrigting, be-