Pagina:Darwin - Het ontstaan der soorten (1860).djvu/229

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
213
VERANDERINGEN VAN SOMMIGE DEELEN.

jelijke ademhaling in de hoogere streken zal, mogen wij gelooven, de borstkas vergrooten, en wederom zal het verband der deelen in aanmerking komen. Zulke dieren, die door Wilden in verschillende werelddeelen gehouden worden, moeten strijden voor hun bestaan, en zullen in zekere mate onder den invloed van de natuurkeus geraken; en dieren met geringe betere eigenschappen dan anderen zullen overal het best in wezen blijven. Er bestaan redenen genoeg om te denken dat het gestel en de kleur met elkander in verband staan. Zeker goed waarnemer beweert dat de vatbaarheid van het rundvee om door vliegen aangetast te worden, in verband staat met de kleur, gelijk ook het geval is om door zekere planten vergiftigd te worden: zoodat derhalve ook de kleur een onderwerp voor de natuurkeus zou worden. Doch wij zijn veel te onwetend om een oordeel uit te spreken over de verschillende bekende en onbekende wetten der veranderlijkheid. Ik heb er hier slechts op gewezen om te bewijzen, dat, indien wij niet in staat zijn om te oordeelen over de kenmerkende verschillen onzer tamme rassen, wij ons niet behoeven te verwonderen over onze onwetendheid van de juiste oorzaak der geringe overeenkomstige verschillen tusschen de soorten. Ik zou met het zelfde doel gewezen kunnen hebben op de menschenrassen, die zoo krachtig gekenmerkt zijn: ik mag hier bijvoegen dat er misschien eenig licht verkregen kan worden over den oorsprong dier verschillen, door te denken aan eene sexuele keus van een bijzonderen aard: doch zonder hier in uitvoerige bijzonderheden te treden zou mijne redenering ligtelijk den schijn van beuzelachtigheid kunnen verkrijgen, en daarom stel ik de behandeling van dit onderwerp uit tot eene latere gelegenheid.

De voorgaande opmerkingen geven mij aanleiding om iets te zeggen over de bezwaren, die door eenige natuurkundigen geopperd zijn tegen de leer dat elk deel der bewerktuiging geschapen is ten nutte van het individu. Zij gelooven dat er vele dingen geschapen zijn om het gevoel van schoonheid van