Pagina:Darwin - Het ontstaan der soorten (1860).djvu/77

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
63
RASSEN ZIJN WORDENDE SOORTEN.

voor ons van het grootste gewigt, als zijnde de eerste trede tot zulke geringe verscheidenheden, die naauwelijks eene vermelding in werken over de natuurlijke historie verdienen. Daarom houd ik zulke verscheidenheden, welke slechts in zekere mate blijvend en duidelijk zijn, voor trappen, leidende tot meer blijvende en meer duidelijke rassen, en deze laatsten als voerende tot ondersoorten en tot soorten. De overgang van den eenen trap tot den anderen kan in sommige gevallen te danken zijn louter aan den lang aanhoudenden invloed van verschillende natuurlijke omstandigheden in twee verschillende rigtingen, doch ik hecht daar niet veel geloof aan: ik wijt den overgang van eene verscheidenheid uit den toestand van een slechts klein verschil tot dien van een grooter onderscheid, aan den invloed van de natuurkeus in het opstapelen van wijzigingen in sommige bepaalde rigtingen. Daarom geloof ik dat een wel onderscheiden ras eene wordende soort mag geheeten worden. Wij zullen in het vervolg van dit werk zien of dit gevoelen op waarheid, op feiten en op gezonde redeneringen steunt of niet.

Het is niet noodig te vooronderstellen dat alle rassen of wordende soorten eens tot soorten moeten worden. Zij kunnen in dien wordenden staat uitsterven, of zij kunnen gedurende lange tijdperken als rassen bestaan blijven, gelijk wollaston bewezen heeft dat het geval geweest is met de rassen van zekere fossile slakken op Madeira. Indien een ras zich zoo krachtig ontwikkelen mogt, dat het in getal de moedersoort overtrof, zou het voorzeker als de soort beschouwd worden, en de soort als het ras. Ook zou het kunnen gebeuren dat het ras de moedersoort geheel verdrong of wel dat beiden nevens elkander bestonden, en beiden als onafhankelijke soorten moesten worden beschouwd. Doch ook op dit onderwerp komen wij later terug.

Uit al het voorgaande blijkt dat ik het woord soort beschouw als geheel willekeurig en als 't ware bij onderlinge overeenkomst voor het gemak gegeven aan eene groep van individuen, die zeer veel op elkander gelijken, en dat het