Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/385

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
373

waarschynlyk omdat de berg die er mee bedoeld wordt, ver uit zee te zien is – op alle zeekaarten. Maar 't woord Ophir is by de inlanders onbekend. Ze noemen den berg die ongeveer in 't midden der breedte aan 't land, even benoorden de linie ligt: Goenoeng Passaman. Hoe dus de kartografen, die elkaar blykbaar hebben nageschreven, de benaming Ophir kunnen verantwoorden, begryp ik niet. Een andere vraag is, of er verband mag gebracht worden tusschen dezen berg, en de streken vanwaar de tyrische koning Hiram, ten-behoeve van Salomo's tempelbouw, goud, ebbenhout en edelgesteente halen liet? (I Kon. IX, 28. X, 11.) Het is zeer gewaagd dit op grond van 'n enkel woord aantenemen. En bovendien, waar komt het woord Ophir vandaan? Wie heeft het eerst den G. Passaman aldus genoemd? De f-klank doet aan Arabieren denken. In de "arabische vertellingen" wordt Sumatra door Sindbad den zeeman bezocht.


88) Kiskassen. Of dit woord uitsluitend te Amsterdam gebruikt wordt, weet ik niet. In die stad beteekent het de eigenaardige huppelende beweging die 'n zeer plat steentje, behendig geworpen, op de oppervlakte van 't water maakt. Het beschryft, telkens even op 't water rustende, al voortspringend een reeks van allengs korter wordende bogen, en zinkt niet voor de kracht van den horizontalen worp uitgeput is. De manier waarop sommige zeevogels, na op de golven gerust te hebben, over 't water schuiven om vlucht te nemen, komt met dat "kiskassen" overeen. Ook vliegende visschen scheren de oppervlakte voor ze zich verheffen.


89) Toewan kommandeur. Op die plaatsen van Sumatra waar vroeger engelsche vestigingen bestonden, worden de gezagvoerende beambten nog altyd kommandeurs – commodore – genoemd. Natal ging in den "engelschen tyd" voor 'n punt van groot belang door, getuige het fort dat veel te groot was voor de weinige manschap die 't in myn tyd – 1842 – heette te bezetten.


90) Krandjang. Korf van bamboe, waarin de voor Nederland bestemde suiker verscheept wordt. Tot ver in 't binnenland van Europa, ziet men tegenwoordig het bamboezen vlechtwerk van die krandjangs – meestal gekoolteerd – gebruikt tot heggen en dergelyke afsluiting.


91) Pedatti: javaansche kar. De eigenaardigheid van dit voertuig was, dat het niet op raderen, maar, en wel op meewentelenden as, op schyven rolde, die om de onpraktische primitiviteit te volmaken, gewoonlyk den vorm hadden van 'n zeer onregelmatigen veelhoek. De "chinesche kerk" te Batavia (zie Noot 98) hield den heer W.R. van Hoevell voor den bekwamen schryver die zich onder den naam Jeronimus niet verborg. Wel jammer dat deze publicist, gedeeltelyk uit gebrek aan kennis van indische