Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/384

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
372

van uitgekookt vleesch te zetten, waarmee hy zeer geleerdelyk tevreden wezen moet.


79) Molière. Ik stel dezen auteur thans veel minder hoog dan vroeger, doch bewaar m'n opmerkingen dienaangaande voor 'n monografie over dramatische litteratuur, waarvoor in deze Noten geen plaats is.


80) Miss Mata-apie: juffer vuur-oog.


81) Fotheringhay. In sommige vorige drukken staat herhaaldelyk Fothineray, 'n lapsus van den heer Van Lennep. In 't handschrift stond noch 't een noch 't ander, maar: Tower. Dat was 'n lapsus van my.


82) Arles wordt gehouden voor 'n binnenlandsche kolonie van de Massiliers, en Massilla (Marseille) was door Phoeniciërs gesticht. Dat de waarlyk typische schoonheid der vrouwen te Arles, daar beter dan te Marseille bewaard bleef, kan liggen aan de mindere vermenging met vreemden. Op strandplaatsen als Marseille verbasteren de rassen zeer snel. Of de vrouwen te Nîmes – óók 'n marseillaansche faktory – even schoon zyn als te Arles, is my onbekend.


84) Prahoe: prauw, schuit, vaartuig, scheepje.


85) De oordeelvellingen over de hoedanigheden der verschillende rassen die Insulinde bewonen, loopen zeer uit-een. Bevolking en Hoofden op Sumatra zyn minder gedwee dan de Javaan, doch men vindt daar mannelyker karakters. Zeker is 't, dat de Javaan niet geacht is op Sumatra, en dat de echte Maleier die hem verachtelyk: toekan makan toekoe noemt – vraag de vertaling aan 'n neef uit de Oost – zich ver boven hem stelt. 't Was 'n fout van den generaal Van Swieten, 'n Javaan te gebruiken als onderhandelaar met de Atjinezen. Dat de onverschrokken Radhen die zich hiertoe leende, 't offer worden zou van z'n bereidwilligheid en trouw, was te voorzien. Het doet me leed dat z'n naam my ontgaan is.


86) De meeste Europeërs in Indie dragen weinig kennis van taal en zeden der streken die ze niet bezocht hebben. De uitdrukking Si Oepi Keteh – zooveel als: kleine jonge-juffer – werd door Duclari niet verstaan. Men vergist zich gewoonlijk in Holland, door aan ieder "die in de-n-Oost geweest is" algemeene kennis van indische zaken toeteschryven.


87) Ophir. We vinden dezen naam op de meeste landkaarten, en –