Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/397

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
385

weerwil hiervan, het aannemen van geschenken afkeur – gelyk uit het aanhalen der Oostersche vertelling op blz. 212 voldoende blykt – doet nu niet tot de zaak. M'n bedoeling is de huichelary van den Landvoogd in 't licht te stellen, die aan zulke kleinigheden z'n deugd verspilde, en onverschillig toezag dat de aan zyn zorg toevertrouwde inlanders uitgeplunderd en vermoord werden. Het was dezelfde Van Twist, die de door hemzelf afgeschafte wyze van werving voor 't indisch leger weer invoerde! De brave man meende dat zy "den toets der zedelykheid niet kon doorstaan." Heel juist! Onnoozele javaansche jongens werden van Regeeringswege door onderofficieren, met behulp van dobbelspel en … hoeren in 't net gelokt. Zeker, zeker, dat kan inderdaad den "toets der zedelykheid" niet doorstaan! Maar wèl kon 't den "toets der zedelykheid" van den godvruchtigen Van Twist doorstaan, deze wyze van werving weer intevoeren[1] en die man is in Nederland "geacht." Zal 't niet by zulke toetsverhoudingen weldra 'n eer worden, tuchthuisboef te zyn?


134) De naam Saďdjah is met 'n kleine letterverzetting ontleend aan den "Staat van gestolen buffels" in de Minnebrieven. Daarin vindt men ook de namen der dorpen Badoer en Tjipoeroet.


135) Myn berekening van wat er in Indie verloren gaat onder de Regeering van één Gouverneur-generaal "die z'n plicht niet doet" is – als gewoonlyk, we kennen dat! – overdreven genoemd. Weinigen hebben besef van de kracht der vermenigvuldiging. Ook Droogstoppel stond verbaasd toen-i over dit onderwerp iets aantrof in Sjaalman's pak. Ik vraag aan hen die zich zoo makkelyk van de zaak afmaken: hoe hoog dan volgens hun meening 't bedrag is, waarop één gouverneur-generaal van de soort der Van Twisten – en hy was de ergste niet! – aan de Natie te staan komt?


136) Orang Goenong: bergbewoner, doch op Java zeer speciaal de bewoner der bergen in den westhoek. 't Woord aliforoe, alifoeroe, harifoeroe (alfoer) heeft in den noordhoek van Celebes, in den geheelen molukschen Archipel, en op Nieuw-Guinee, dezelfde beteekenis, of althans die van bewoner der binnenlanden. 't Is dus eigenlyk geen volks- of stamnaam, gelyk door sommigen gemeend wordt, maar wordt – evenals 't woord Nederlander – dikwyls als zoodanig gebruikt.

137) Uit gebrek een ruimte, en tevens omdat de hier behandelde zaak in nauw verband staat met de meerendeels zoo onjuiste begrippen over bevoegd-


  1. Voor den tienden maal sommeer ik den "Oud-officier van 't Indisch leger" die in de N. Rott. Cour. deze bewering 'n "onwaarheid" noemde, z'n laster intetrekken. Zie overigens een der Noten op Idee 534.
 5e druk.
25