Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/406

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
394

164) Term van den ambtsteed.


165) "En – had ik er by kunnen zeggen – ook my te vermoorden." De vrees overigens dat de Resident zelf den Adhipatti 'n wenk geven zou "om zich te dekken" teekent de pozitie. En de Resident voelde zich niet opgewekt, tegen die vrees, als tegen 'n lasterlyke veronderstelling, te protesteeren. In-plaats hiervan bewees hy door z'n handelingen (bladzz. 312 en 319) dat Havelaar maar al te juist had ingezien wat hem te wachten stond van 'n chef die toch even als hy gezworen had den inlander tegen de hebzucht zyner Hoofden te beschermen.


166) Opmerkelyk alweer dat de resident Brest van Kempen al zulke uitdrukkingen liet voorbygaan zonder protest, en zelfs zonder verzoek om toelichting. Uit z'n zwygen blykt dat-i de assertien van Havelaar volkomen begreep, 't geen bewyst dat ik den algemeenen toestand naar waarheid geschetst heb. Had niet ook hier, byv. de resident moeten vragen: wat bedoelt ge met dien "geest" der Oost- Indische ambtenaren?


167) Opmerking als in Noot 165.


168) "Lichtvaardigheid" en "voorbarigheid" zyn voorzeker aftekeuren en strafbaar, vooral in zulke gewichtige omstandigheden. In-zoo-verre is er dus op Havelaars loyaal aanbod geen aanmerking te maken. Wanneer men evenwel daarin de stelling mocht zoeken, dat 'n ambtenaar die krachtens z'n instruktie aanklaagt van misdryf, terstond persoonlyk aansprakelyk zou wezen voor de gegrondheid zyner beschuldiging, moeten we erkennen dat Havelaar hier meer heeft toegegeven dan-i verplicht was. Welk Officier van Justitie zou op zůlke voorwaarden 't publiek ministerie willen waarnemen? Doch Havelaar was te zeker van z'n zaak om de minste achterdeur open te houden.


169) "Onderzoek, rapport en voorstel." Wel te verstaan: alles binnen den grens myner instruktie, en uit kracht van die instruktie.


170) Eerst jaren daarna is dat onderzoek werkelyk geschied, en de Regeering was genoodzaakt te erkennen dat Havelaar de waarheid had gezegd. Zie den Gids van Augustus 1860, waar de hoogleeraar Veth, na uitvoerige behandeling der Havelaarszaak, het volgende zegt:

Sedert heeft Havelaar met de zijnen gebrek geleden, hij is het voorwerp geworden van den smaad der Droogstoppels – want de Droogstoppels in Nederland maken altijd gemeene zaak met de Slijmeringen in Indie – hij is geworden Multatuli, niet alleen in aangenomen naam, maar inderdaad.