Staatsregeling van Aruba/Vierde hoofdstuk

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
< Staatsregeling van Aruba/Derde hoofdstuk Staatsregeling van Aruba/Vierde hoofdstuk Staatsregeling van Aruba/Vijfde hoofdstuk >


Hoofdstuk IV: Raad van Advies, Algemene Rekenkamer en vaste colleges van advies[bewerken]

Artikel IV.1

1. De Raad van Advies wordt gehoord over:
a: alle ontwerpen van landsverordeningen en van landsbesluiten, houdende algemene maatregelen;
b: voorstellen tot goedkeuring als bedoeld in het tweede lid van artikel 24 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, van verdragen die Aruba raken;
c: ontwerpen van rijkswetten en van algemene maatregelen van rijksbestuur.
2. Het horen van de Raad kan achterwege blijven met betrekking tot de in het eerste lid, onder b en c, voorstellen en ontwerpen, indien daaromtrent tussen de regering en de Gevolmachtigde Minister geen overleg plaatsvindt of naar het oordeel van de regering om andere redenen het horen van de Raad bezwaarlijk is.
3. Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid, kan het horen van de Raad achterwege blijven in bij landsverordening te bepalen gevallen.

Artikel IV.2

1. De Raad van Advies bestaat uit vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen.
2. De voorzitter en de overige leden worden bij landsbesluit benoemd, geschorst en ontslagen. Zij bekleden hun ambt niet langer dan zeven jaren, doch zijn terstond herbenoembaar.
3. De rechtspositie van de leden van de Raad van Advies wordt overigens bij landsverordening geregeld.
4. Een lid van de Raad van Advies kan niet tegelijk zijn:
a. Gouverneur;
b. vervanger van de Gouverneur;
c. lid van de Algemene Rekenkamer;
d. minister;
e. Gevolmachtigde Minister;
f. actief dienend ambtenaar;
g. lid van de rechterlijke macht;
h. procureur-generaal of advocaat-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie;
i. lid der Staten.
5. Met ambtenaar, bedoeld in het voorgaande lid, onder f, worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die als werkman zijn aangesteld, en zij die in dienst van het landsbestuur op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.
6. Bij landsverordening kan ten aanzien van andere betrekkingen worden bepaald, dat zij niet gelijktijdig met het lidmaatschap van de Raad van Advies kunnen worden uitgeoefend.

Artikel IV.3

1. De inrichting en bevoegdheid van de Raad van Advies worden bij landsverordening geregeld.
2. Bij landsverordening kunnen aan de Raad van Advies ook andere dan in dit hoofdstuk genoemde taken worden opgedragen.

Artikel IV.4
De leden van de Raad van Advies leggen, alvorens hun betrekkingen te aanvaarden, in handen van de Gouverneur de volgende eed (verklaring en belofte) af:
"Ik zweer (verklaar), dat ik, om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige beloften of geschenken zal aannemen, middellijk of onmiddellijk. Ik zweer (beloof), trouw aan de Koning en aan het Statuut voor het Koninkrijk; dat ik de Staatsregeling van Aruba steeds zal helpen onderhouden en het welzijn van Aruba naar mijn vermogen zal voorstaan. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat verklaar en beloof ik)!"

Artikel IV.5
De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek naar de doelmatigheid en rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven.

Artikel IV.6

1. De Algemene Rekenkamer bestaat uit 3 leden, de voorzitter daaronder begrepen.
2. De voorzitter en de overige leden worden bij landsbesluit voor het leven benoemd uit een voordracht van ten minste twee personen, opgemaakt door de Staten. De voordracht kan slechts worden vastgesteld met ten minste twee derden van het getal uitgebrachte stemmen.
3. Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij landsverordening te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.
4. In de gevallen, bij landsverordening aangewezen, kunnen zij door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie worden geschorst of ontslagen.
5. De rechtspositie van de leden van de Algemene Rekenkamer worden overigens bij landsverordening geregeld.
6. Het bepaalde in het vierde, vijfde en zesde lid van artikel IV.2 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de Algemene Rekenkamer.

Artikel IV.7

1. De inrichting en bevoegdheid van de Algemene Rekenkamer worden bij landsverordening geregeld.
2. Bij landsverordening kunnen aan de Algemene Rekenkamer ook andere dan in dit hoofdstuk genoemde taken worden opgedragen.

Artikel IV.8
De leden van de Algemene Rekenkamer leggen voor de ambtsaanvaarding in handen van de Gouverneur de volgende eed (verklaring en belofte) af:
"Ik zweer (verklaar), dat ik, om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige beloften of geschenken zal aannemen, middellijk of onmiddellijk. Ik zweer (beloof), trouw aan de Koning en aan het Statuut voor het Koninkrijk; dat ik de Staatsregeling van Aruba steeds zal helpen onderhouden en het welzijn van Aruba naar mijn vermogen zal voorstaan. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat verklaar en beloof ik)!"

Artikel IV.9

1. Vaste colleges van advies in zaken van wetgeving en bestuur worden ingesteld bij landsverordening.
2. Bij landsverordening worden de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van deze colleges geregeld.
3. Bij of krachtens landsverordening kunnen aan deze colleges ook andere dan adviserende taken worden opgedragen.

Artikel IV.10

1. De adviezen van de in dit hoofdstuk bedoelde colleges zijn openbaar, voor zover niet strijdig met het belang van het Land of dat van het Koninkrijk.
2. Bij landsverordening kan worden bepaald, dat andere belangen dan het belang van het Land en dat van het Koninkrijk openbaarmaking kunnen verhinderen van de in voorgaande lid bedoelde adviezen.
3. Adviezen, uitgebracht ter zake van ontwerp-landsverordening die door de regering worden ingediend, worden aan de Staten overgelegd, voor zover deze overlegging niet strijdig is met het belang van het Land, dat van het Koninkrijk of andere bij landsverordening als zodanig aan te wijzen belangen.