Staatsregeling van Aruba/Vijfde hoofdstuk

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
< Staatsregeling van Aruba/Vierde hoofdstuk Staatsregeling van Aruba/Vijfde hoofdstuk Staatsregeling van Aruba/Zesde hoofdstuk >



Hoofdstuk V: Wetgeving en Bestuur[bewerken]

Artikel V.1
De vaststelling van landsverordeningen geschiedt door de regering en de Staten gezamenlijk.

Artikel V.2
De bekrachtiging van ontwerp-landsverordeningen geschiedt door de regering na verkregen goedkeuring of op voordracht van de Staten. Zij verkrijgen daardoor kracht van landsverordening.

Artikel V.3
De regering dient ontwerp-landsverordeningen ter goedkeuring bij de Staten in.

Artikel V.4

1. De Staten hebben het recht ontwerp-landsverordeningen aan de regering voor te dragen.
2. Ontwerp-landsverordeningen door de Staten voor te dragen worden bij hen aanhangig gemaakt door een of meer leden.

Artikel V.5

1. Zolang een ontwerp-landsverordening, ingediend door de regering, niet door de Staten is goedgekeurd, kan deze door hen, op voorstel van een of meer leden, en door de regering worden gewijzigd.
2. Zolang de Staten nog niet hebben besloten tot voordracht van een ontwerp-landsverordening, kan deze door hen, op voorstel van een of meer leden, en door het lid of leden door wie deze aanhangig gemaakt is, worden gewijzigd.

Artikel V.6

1. Zolang een ontwerp-landsverordening, ingediend door de regering, niet door de Staten is goedgekeurd, kan deze door de regering worden ingetrokken.
2. Zolang de Staten nog niet hebben besloten tot voordracht van een ontwerp-landsverordening, kan deze door het lid of de leden door wie deze aanhangig gemaakt is, worden ingetrokken.

Artikel V.7

1. De regering en de Staten geven elkaar kennis van hun besluit omtrent enige ontwerp-landsverordening.
2. Indiening, intrekking en bekrachtiging van ontwerp-landsverordeningen door de regering geschieden door tussenkomst van de Gouverneur.

Artikel V.8
Bij landsverordening worden de bekendmaking en de inwerkingtreding van landsverordeningen geregeld. Zij treden niet in werking, voordat zij zijn bekendgemaakt.

Artikel V.9

1. Door de regering worden landsbesluiten, houdende algemene maatregelen, vastgesteld.
2. Voorschriften, door straffen te handhaven, worden daarin alleen gegeven krachtens landsverordening. De landsverordening bepaalt de op te leggen straffen.
3. Artikel V.8 is van overeenkomstige toepassing op landsbesluiten, houdende algemene maatregelen.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op ministeriële regelingen.

Artikel V.10

1. Bij landsverordeningen kunnen openbare lichamen ter behartiging van bepaalde belangen worden ingesteld en opgeheven.
2. De landsverordening regelt de taken en de inrichting van deze openbare lichamen, de samenstelling en de bevoegdheid van hun besturen, alsmede de openbaarheid van hun vergaderingen. Bij landsverordening kan aan hun besturen verordenende bevoegdheid worden verleend.
3. De landsverordening regelt het toezicht op deze besturen. Vernietiging van besluiten van deze besturen kan alleen geschieden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel V.11

1. Belastingen worden geheven uit kracht van een landsverordening.
2. De Staten kunnen een zodanige ontwerp-landsverordening niet goedkeuren of niet besluiten tot voordracht van een zodanige ontwerplandsverordening dan met volstrekte meerderheid der stemmen van het aantal zitting hebbende leden.
3. Andere heffingen worden bij landsverordening geregeld.

Artikel V.12

1. De begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Land wordt bij landsverordening vastgesteld.
2. De begroting wordt jaarlijks in een of meer ontwerpen door de regering aan de Staten uiterlijk op de eerste september aangeboden.
3. Bij landsverordening kan worden bepaald, dat de begroting voor een langer tijdperk dan 1 jaar wordt vastgesteld. Dit tijdperk mag niet langer zijn dan twee jaar.
4. De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Land wordt aan de Staten gedaan overeenkomstig de bepalingen van de landsverordening. De door de Algemene Rekenkamer onderzochte rekening wordt jaarlijks aan de Staten overgelegd.
5. Bij landsverordening worden regels gesteld omtrent het beheer van de financiën van het Land.

Artikel V.13
Bij landsverordening worden regels gesteld ten einde de rechtmatigheid van het bestuur en de deugdelijkheid van het financieel beheer te waarborgen.

Artikel V.14

1. Het aangaan of garanderen van een geldlening ten name of ten laste van het land geschiedt niet dan krachtens landsverordening.
2. De Staten kunnen een zodanige ontwerp-landsverordening niet goedkeuren of niet besluiten tot voordracht van een zodanige ontwerplandsverordening dan met volstrekte meerderheid der stemmen van het aantal zitting hebbende leden.

Artikel V.15

1. Bij landsverordening wordt het geldstelsel geregeld.
2. De Staten kunnen een zodanige ontwerp-landsverordening niet goedkeuren of niet besluiten tot voordracht van een zodanige ontwerplandsverordening dan met twee derden der stemmen van het aantal zitting hebbende leden.

Artikel V.16
Bij landsverordening worden het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk- en strafprocesrecht in wetboeken geregeld, behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke landsverordeningen.

Artikel V.17
Bij landsverordening worden algemene regels van bestuursrecht vastgesteld.

Artikel V.18
De rechtspositie van de ambtenaren en werklieden wordt bij landsverordening geregeld.

Artikel V.19
De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid, voor zover dit niet strijdig is te achten met het belang van het Land en met dat van het Koninkrijk, en voor zover gerechtvaardigde belangen van derden daardoor niet onevenredig worden geschaad. Bij landsverordening worden ter zake nadere regels gesteld.

Artikel V.20
Bij landsbesluit kan volgens regels, bij landsverordening te stellen, vergunning worden verleend voor mijnbouwondernemingen, voor ondernemingen van openbaar nut en voor de aanleg van werken ten behoeve van deze ondernemingen.

Artikel V.21
Bij landsverordening wordt het beheer der domaniale gronden en andere domaniale rechten geregeld.

Artikel V.22

1. Bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van aanhoudende zorg der overheid.
2. Bij landsverordening worden regels gesteld omtrent de rechtspositie van werknemers en omtrent hun bescherming daarbij.

Artikel V.23

1. De regering treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.
2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der regering.
3. Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.

Artikel V.24
Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien en voldoen aan de bij landsverordening te stellen vereisten, hebben een bij die landsverordening te regelen recht op bijstand van overheidswege.

Artikel V.25

1. Aan alle kerkgenootschappen en godsdienstige gemeenschappen wordt gelijke bescherming verleend.
2. Bijdragen uit enige openbare kas aan kerkgenootschappen en godsdienstige gemeenschappen, met inbegrip van bijdragen aan hun bedienaren en leraren, worden verleend op grondslag van gelijkgerechtigheid en volgens regels bij landsverordening te stellen.

Artikel V.26
Gratie wordt verleend bij landsbesluit na ingewonnen bericht van de rechter door wie het vonnis is gewezen, met inachtneming van bij of krachtens landsverordening te stellen voorschriften.

Artikel V. 27

1. Personen die woonachtig zijn in Aruba, kunnen niet dan bij landsverordening tot dienst in de krijgsmacht, dan wel tot burgerdienstplicht worden verplicht.
2. De dienstplichtigen, dienende bij de landmacht, kunnen zonder hun toestemming niet dan ingevolge een landsverordening naar elders

worden gezonden.

Artikel V. 28
In geval van buitengewone omstandigheden kan bij landsbesluit worden bepaald, dat in Aruba woonachtige dienstplichtigen buitengewoon in werkelijke dienst worden gehouden of geroepen. Alsdan wordt onverwijld een voorstel van landsverordening bij de Staten ingediend om het in werkelijk dienst blijven van dienstplichtigen zoveel nodig te bepalen.

Artikel V.29

1. Bij landsverordening wordt bepaald, in welke gevallen ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid bij landsbesluit een door de landsverordening als zodanig aan te wijzen uitzonderingstoestand kan worden afgekondigd; zij regelt de gevolgen.
2. Daarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen I.8, I.11, I.12, I.13, I.15, voor zover dit de uitoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen van het in dit artikel omschreven recht betreft, I.17, eerste lid, voor zover dit het vereiste van een bijzondere schriftelijke machtiging van de rechter betreft, I.17, tweede lid, I.18 en I.19, eerste lid.
3. Terstond na de afkondiging van een uitzonderingstoestand en voorts, zolang deze niet bij landsbesluit is opgeheven, telkens wanneer zij zulks nodig oordelen, beslissen de Staten omtrent het voortduren daarvan.