Auteursverordening (Aruba) - Hoofdstuk II

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Copyright.svg   Auteursverordening van Aruba   PD-icon.svg
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Hoofdstuk II. De handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht
Hoofdstuk III. De duur van het auteursrecht
Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Hoofdstuk II. De handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht[bewerken]

Artikel 26[bewerken]

  1. Indien aan twee of meer personen een gemeenschappelijk auteursrecht op een­zelfde werk toekomt, zal de uitoefening en handhaving van dat recht geschieden hetzij door alle rechthebbenden gezamenlijk, hetzij te hunnen behoeve door degene die daartoe is aangewezen door de rechthebbenden bij onderling goedvinden of, bij gebreke van over­eenstemming, op verzoek van de meest gerede belanghebbende door de rechter.
  2. Zijn aldus door twee of meer rechters aanwijzingen gedaan, dan heeft alleen de eerst gedane rechtsgevolgen.
  3. Tegen de aanwijzing door de rechter staat geen hogere voorziening open.
  4. De rechthebbenden zijn bevoegd bij onderling goedvinden de door de rechter aangewezene ter zijde te stellen of door een ander te vervangen.

Artikel 27[bewerken]

Niettegenstaande de gehele of gedeeltelijke overdracht van zijn auteursrecht blijft de maker bevoegd een rechtsvordering ter bekoming van schadevergoeding in te stellen tegen degene die inbreuk op bet auteursrecht heeft gemaakt.

Artikel 28[bewerken]

  1. Het auteursrecht geeft de bevoegdheid voorwerpen, in strijd met dat recht open­baar gemaakt, zomede niet geoorloofde verveelvoudigingen in beslag te nemen op de wij­ze en met inachtneming van de bepalingen, voorgeschreven voor het beslag tot revindicatie van roerende goederen, en hetzij dezelve als zijn eigendom op te vorderen, hetzij de vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan te eisen. Gelijke bevoegdheid tot inbeslagneming en opvordering bestaat ten aanzien van het bedrag van de toegangsgelden, betaald voor het bijwonen van een voordracht, een op- of uitvoering of een tentoonstelling of voorstelling, waardoor inbreuk op het auteursrecht wordt gemaakt.
  2. Indien afgifte wordt gevorderd van de zaken als in het eerste lid bedoeld, zal de rechter kunnen gelasten dat die afgifte niet zal geschieden dan tegen een bepaalde, door de eiser te betalen, vergoeding.
  3. De beide voorgaande leden van dit artikel zijn uitsluitend van toepassing ten aanzien van roerende zaken en van de zaken die door bestemming onder onroerende zaken begrepen­ worden.
  4. Ten aanzien van andere onroerende zaken dan de in het derde lid bedoelde, waardoor inbreuk op auteursrecht wordt gemaakt, kan de rechter op de vordering van de gerechtigde gelasten, dat de gedaagde daaraan zodanige wijzigingen zal aanbrengen, dat de inbreuk op bet auteursrecht wordt opgeheven, met veroordeling van de gedaagde tot een bepaalde som geld als schadevergoeding, ingeval binnen een bepaalde tijd niet aan het bevel van de rechter is voldaan.
  5. Alles onverminderd de strafvervolging wegens inbreuk op het auteursrecht en de burgerlijke rechtsvordering ter bekoming van schadevergoeding.

Artikel 29[bewerken]

  1. Het recht, bij het eerste lid van artikel 28 vermeld, kan niet worden uitgeoefend ten aanzien van voorwerpen, onder personen berustende, die niet in soortgelijke voorwer­pen handel drijven en die voorwerpen uitsluitend tot eigen gebruik hebben verkregen, ten­zij door henzelf inbreuk op het desbetreffende auteursrecht is gepleegd.
  2. De vordering, bedoeld in artikel 28, vierde lid, kan slechts worden ingesteld te­gen de eigenaar of bezitter van het onroerend goed, die schuld heeft aan de inbreuk op het desbetreffende auteursrecht.

Artikel 30[bewerken]

Indien iemand, zonder daartoe gerechtigd te zijn, een portret openbaar maakt, gel­den ten aanzien van het recht van de geportretteerde dezelfde bepalingen, als in de artike­len 28 en 29 met betrekking tot het auteursrecht zijn gesteld.

Artikel 31[bewerken]

Hij die opzettelijk inbreuk maakt op eens anders auteursrecht, wordt gestraft met geldboete van honderd tot vijfduizend florin.

Artikel 32[bewerken]

Hij die een werk waardoor hij weet dat inbreuk gemaakt wordt op eens anders au­teursrecht, verspreidt of openlijk te koop stelt, wordt gestraft met geldboete van vijftig tot tweeduizend florin.

Artikel 33[bewerken]

De misdrijven, bedoeld in de artikelen 31 en 32, worden niet vervolgd dan op klacht van de maker van het werk of van degene die bevoegd is tot handhaving van het auteursrecht op te treden, of, indien twee of meer personen bevoegd zijn, van één hunner.

Artikel 34[bewerken]

Hij die opzettelijk in enig werk van letterkunde, wetenschap of kunst, waarop auteursrecht bestaat, in de benaming daarvan of in de aanduiding van de maker weder­rechtelijk enige wijziging aanbrengt, wordt gestraft met geldboete van honderd tot vijfdui­zend florin. Het werk kan, indien het de veroordeelde toebehoort, worden verbeurd verklaard. Het misdrijf wordt niet vervolgd dan op klacht van de maker van het werk of van degene aan wie het auteursrecht daarop toekomt.

Artikel 35[bewerken]

Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, een portret in het openbaar tentoonstelt of op andere wijze openbaar maakt, wordt gestraft met geldboete van vier tot tweehonderd florin.

Artikel 36[bewerken]

De door de strafrechter verbeurd verklaarde verveelvoudigingen worden vernie­tigd echter kan de rechter bij het vonnis bepalen dat zij aan degene aan wie het auteurs­recht toekomt, zullen worden afgegeven, indien deze zich daartoe ter griffie aanmeldt bin­nen een maand nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Door de afgifte gaat de eigendom van de verveelvoudigingen op de rechthebben­de over. De rechter zal kunnen gelasten dat die afgifte niet zal geschieden dan tegen een bepaalde, door de rechthebbende te betalen vergoeding, die ten bate komt van de staat.

Artikel 37[bewerken]

  1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaren of geldboete van honderd tot vijfduizend florin wordt gestraft:
    a. hij die op of in een werk van letterkunde, wetenschap, kunst of nijverheid valselijk eni­ge naam of enig teken plaatst of de echte naam of het echte teken vervalst met het oog­merk om daardoor aannemelijk te maken dat dat werk zou zijn van de hand van degene wiens naam of teken hij daarop of daarin aanbracht;
    b. hij die opzettelijk een werk van letterkunde, wetenschap, kunst of nijverheid. waarop of waarin valselijk enige naam of enig teken is geplaatst of de echte naam of het echte te­ken is vervalst, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, ten verkoop in voorraad heeft of in Aruba invoert, als ware dat werk van de hand van degene wiens naam of teken daarop of daarin valselijk is aangebracht.
  2. Het werk kan, indien het de veroordeelde toebehoort, worden verbeurd verklaard.