Economisch programma van Mechelen

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken

Economisch programma van Mechelen

Auteur Congres van Agalev
Genre(s) politiek programma
Brontaal Nederlands
Datering 4-5 mei 1985
Bron Congres van Agalev
Auteursrecht Publiek domein (openbare vergadering)
Logo Wikipedia
Meer over Economisch programma van Mechelen op Wikipedia

Het congres van de Vlaamse groene partij Agalev keurde dit programma op 4 en 5 mei 1985 te Mechelen goed. Het is een concrete toepassing en uitwerking van de beginselverklaring (1982)

De tekst bestaat uit vijf delen:

Sommige resoluties, hierna aangeduid met (a), werden niet individueel besproken maar algemeen "aanvaard" als behorend tot het programma, met inbegrip van de aanvullingen of amendementen.


0. ALGEMEEN

Resolutie 001

De industriële productie en de hiermee gepaard gaande levenswijze heeft de mens in dienst gesteld van de economie. Hierdoor zijn economie en productivistische arbeid doel geworden in plaats van middel. De Groenen wensen hieraan zo vlug mogelijk een eind te maken door het post-industriële tijdperk voor te bereiden met het uitdenken en voorstellen van een nieuw beschavingsproject, zonder daarom de waardevolle verworvenheden van het industriële tijdperk te laten verloren gaan. Met dit programma wil Agalev een aanzet geven om de sociaal-economische problemen grondig te overdenken en om alternatieven te formuleren. Het is zeker niet 'af'. Het houdt ook een uitnodiging in naar de buitenwereld; want de hoop op een klassieke herneming van de groei, zowel bij traditioneel 'links' als bij traditioneel 'rechts', kan geen uitkomst brengen voor de huidige crisis.

De problemen van de industriële samenleving[bewerken]

De ecologische problemen

Resolutie 002

Elke menselijke activiteit heeft gevolgen voor zijn omgeving. Maar bij de industriële productiewijze gaat dat zover dat het voortbestaan van alle leven in gevaar komt. De wouden sterven af, de lucht en de zeeën worden vergiftigd, de woestijnen rukken op, de grondstoffen geraken uitgeput, de tuigen voor een grote vernietiging worden klaargezet. De economische systemen van zowel Oost als West verkondigen een voortdurende toename van de productie. Het gehele systeem draait maar goed rond wanneer de productie van materiële goederen blijft stijgen. Maar de aarde waarop wij leven is eindig. Het ziet ernaar uit dat de schaarste niet definitief te overwinnen is, en dat de komende generaties een onleefbare wereld zullen erven.

De problemen van de menselijke relaties : de vervreemding

Resolutie 003

De groei van de persoonlijke vrijheid is ten koste gegaan van de solidariteit; menselijke relaties worden vervangen door zakelijke kontakten. Voor velen gaat de welvaart ten koste van de zinvolheid van het werk, dat een naamloos deel geworden is van een onoverzichtelijk geheel. Maar de vervreemding gaat nog verder. Door de toenemende commercialisering of bureaucratisering wordt de mens gedegradeerd tot een passieve consument of tot een machteloos radertje in de verzorgingsstaat. De toename van allergieën en welvaartsziekten is maar één voorbeeld van de tol die we betalen voor de vervreemding en de vervuiling.

'De problemen van de menselijke relaties : de ongelijkheid

Resolutie 004

De ongelijkheid is ouder dan de industriële samenleving. Maar voor de groene beweging is ze minder aanvaardbaar dan ooit te voren. Naar een aantal maatstaven zijn wij een onvoorstelbaar rijke samenleving en de specifieke vormen van ongelijkheid van onze tijd worden door de Groenen aangevoeld als volkomen immoreel. Het meest schrijnend is de ongelijkheid op wereldschaal: de derde wereld wordt naar het failliet gedreven, miljoenen worden bedreigd met de hongerdood. Maar ook bij ons bestaan er grote fortuinen naast grote groepen die door de mazen van het welvaartsnet vallen. De miljoenenwerkloosheid ontneemt jongeren een uitzicht op de toekomst, dwingt vrouwen opnieuw in een afhankelijke rol, en legt nieuwe inleveringen op aan de kleinen en zwakken. Intussen worden de vermogenden met nieuwe voordelen gepaaid. Ongelijkheid in vermogen en inkomen wordt nog versterkt door ongelijkheden op andere vlakken: zo zijn bijvoorbeeld sociale rechten, kennis en wetenschap op alle vlakken onrechtvaardig verdeeld.

Resolutie 005

Al deze problemen hebben een gemeenschappelijke wortel: binnen de industriële samenleving zijn mens en natuur slechts instrumenten, die ten dienste staan van een economie waarin produceren om te produceren centraal staat. De arbeidersbeweging heeft een aantal scherpe kanten van het systeem kunnen bijschaven : de grofste uitbuitingen, de onzekerheid van het arbeidersbestaan. De ecologische beweging gaat verder: de Groenen stellen niet alleen de vraag wie produceert en wie verdeelt, maar ook en vooral de vraag wat en hoe wordt er geproduceerd. Onze politiek is in de eerste plaats productgericht en bij ons komt het er eerst op aan de goederen en diensten te kiezen die moeten geproduceerd, gereproduceerd, behouden, verrijkt en sociaal-rechtvaardig worden verdeeld.

Resolutie 006

Al deze problemen worden versterkt door de waanzin van de bewapeningswedloop. De problemen worden er nog door versterkt :

  • door de snellere uitputting van de voorraden;
  • door de onmacht van de mens tegenover de militaire verwevenheid van industrie en staatsmacht;
  • door de strijd om de strategische plaatsen en voorraden in het licht van de hemeltergende onrechtvaardigheid in de wereld.

Doelstellingen op lange termijn[bewerken]

Tegenover de korte-termijnvisie van het bestaande economische systeem ("après nous le déluge") stellen de Groenen een economisch beleid op lange termijn. Dat omvat drie fundamentele doelstellingen, die beantwoorden aan de drie hoofdproblemen :

Resolutie 007 uitgewerkt in deel 1

Het natuurlijk milieu mag maar gebruikt worden in de mate dat het zich kan herstellen. Dit is pas mogelijk in een kringloopeconomie, waarbij de schroothoopeconomie plaats maakt voor zuinigheid en herwinning. Dit betekent ook dat heel wat nutteloze producten en schadelijke productiewijzen verdwijnen, maar ook dat de aanmaak van eerlijke producten en schone technieken uitbreiding vindt.

Resolutie 008 uitgewerkt in deel 2

Het herstel van de zeggenschap van de mens over zijn eigen leven en omgeving, het recht op zelfbepaling is, de tweede hoofddoelstelling. Dit kan slechts door ook de economische beslissingsmacht zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen. Economische beslissingen en productie moeten waar mogelijk ter plaatse tot stand komen, in het kader van nog te ontwikkelen basisdemocratische structuren.

Resolutie 009 uitgewerkt in deel 3

Het wegwerken van de ongelijkheid, in een geest van soberheid en samenhorigheid, is niet alleen een absolute eis, maar is bovendien een van de belangrijkste voorwaarden voor een duurzame wereldvrede. Soberheid is hier niet te verstaan als een besparing op mensen. Het is een spaarzaamheid om samen de echte rijkdom van de aarde in stand te houden, te herstellen en te vergroten, en een samenhorigheid waarbij iedereen van zijn recht van vruchtgebruik van die rijkdom kan genieten.

Resolutie 010

Deze grote structurele veranderingen zijn pas mogelijk als ze samengaan met een mentaliteitswijziging. Pas als mensen zelf verantwoordelijkheid opnemen voor de gevolgen van hun daden voor hun medemensen waar ook ter wereld en ook voor de komende generaties kan een werkelijk duurzame economie tot stand gebracht worden. De kwaliteit van het leven hoeft hierdoor niet achteruit te gaan, integendeel zelfs.

Resolutie 011

De economische politiek van de Groenen is gericht op het nastreven van een verhoging van de welvaart, als een verbetering van de kwaliteit van het leven, niet enkel in ons land, maar in heel de wereld, en niet enkel nu maar ook voor de generaties van de toekomst. Deze doelstelling veronderstelt een ander economisch denken, waarbij niet de cijfers van productie, consumptie, inkomen en tewerkstelling hoofdzaak zijn, maar wel de waarden en de kwaliteiten achter deze cijfers. Dus niet de groei van het BNP, als optelling van staal, asfalt, beton, atoomcentrales, wapensystemen, dure ziekenhuizen of bankcomputers, is belangrijk. Welvaart moet gezien worden als het optimaliseren van factoren zoals : het pakket van geproduceerde goederen en diensten, de schaarse ecologische goederen in de ruime zin, vrije tijd, de verdeling van schaarse goederen, werkomstandigheden, werkgelegenheid, basisdemocratische organisatie van de samenleving, zekerheid en veiligheid voor de toekomst. Het ware nuttig van in dit kader de welvaart eens te toetsen aan de (relatieve) afwezigheid van zelfmoorden, verslaving, arbeids- en verkeersongevallen, honger, armoede, eenzaamheid, vervuiling, corruptie, politiegeweld, enzovoort. Welvaart op deze manier opgevat als de kwaliteit van het leven kan en moet groeien. In die zin moeten we dan ook spreken van een streven naar werkelijke economische groei.

Strategie[bewerken]

Resolutie 012

Onze samenleving staat nog veraf van een ecologische samenleving. Ze evolueert zelfs nog in de tegenovergestelde richting. De Groenen willen een strategie ontwikkelen die realistisch is en toch minstens deeloplossingen brengt voor de drie hoofdproblemen.

Resolutie 013 uitgewerkt in deel 1

De ecologische gevaren moeten opgevangen worden door een milieuvriendelijke stabilisatie van de productie. Een heropleving van de economie of een groei in de oude betekenis brengt geen oplossing, maar een kringloopeconomie is niet zo meteen tot stand te brengen. Een haalbare stap in de juiste richting is massaal te herinvesteren in milieuvriendelijke zin. Deze politiek betekent ook meer zinvol werk omdat meer gesteund wordt op inzet van arbeid dan van grondstoffen en energie, en ze houdt een groei in van de kwaliteit van het bestaan.

Resolutie 014 uitgewerkt in deel 2

Grotere zelfbepaling wordt mogelijk door uitbreiding van de autonomie. Dit kan langs drie, elkaar aanvullende wegen : kansen scheppen voor zelfvoorziening, de decentralisatie van de economie en voldoende controle van de gemeenschap op de activiteiten die grootschalig moeten blijven. De oplossing ligt niet in het reduceren van de samenleving tot kleine volledig afgesloten eenheden, maar in het zoeken naar een nieuw evenwicht tussen de drie wijzen om goederen en diensten ter beschikking te stellen :

  • die men autonoom tot stand brengt (zelfvoorziening);
  • die men tot stand brengt voor een ruil: of geldcircuit (markt);
  • die men tot stand brengt na een gemeenschapsbeslissing (overheid).

Voor zover grootschalige productie nodig is, hebben de Groenen geen ideologische voorkeur voor een van de twee productiesystemen: markt of staat. De voor- en nadelen van beide moeten van geval tot geval' tegen elkaar worden afgewogen, en beide moeten aangevuld worden door het uitbreiden van de mogelijkheden voor zelfvoorziening, die helemaal in de verdrukking gekomen is in de industriële samenleving. Essentieel hierbij is de openbaarheid, de doorzichtigheid en het medebeslissingsrecht van alle betrokkenen. Aan deze voorwaarde is niet voldaan door de traditionele nationalisaties, waarbij de op eigen belang afgestelde beheerders vervangen worden door bureaucraten met beroepsgeheim of door partijpolitieke beheerders.

Resolutie 015 uitgewerkt in deel 3

Wanneer we de bestaande ongelijkheid toetsen aan onze doelstellingen van gelijke kansen en solidariteit, is een verregaande herverdeling onontkoombaar. Dit houdt een totaal nieuwe derde wereldpolitiek In, met op korte termijn een sterk verhoogde en op de zelfbeslissing en zelfhulp gerichte ontwikkelingshulp; en op langere termijn een rechtvaardige economische wereldorde. In eigen land moet een herverdeling van inkomens en vermogens tot stand gebracht worden, ondermeer door het herdenken van fiscaliteit en sociale zekerheid. Tegenover de werkloosheid van zoveel mannen en vrouwen: wordt een herverdeling van inkomen en werk hoogst dringend, nog meer omdat we ervan moeten uitgaan dat een klassieke heropleving van de productie geen oplossing brengt. Er is nog ontzettend veel zinnig werk te do.en, maar dit vereist een andere kijk op arbeid. Het vereist ook een herschikking van betaald en onbetaald werk, niet in het minst tussen mannen en vrouwen.

Krachtlijnen van een groene economische politiek[bewerken]

Resolutie 016

De overgang naar een groene economie zal versneld worden door een bewuste politiek van steun aan bedrijven en bedrijvigheden die beantwoorden aan de belangrijkste doelstellingen van een groene economie die ruimte scheppen voor autonome arbeid, die maximaal gericht zijn op productie ter plaatse voor plaatselijke behoeften, die energie- en grondstoffenbesparend zijn en minimaal milieubelastend produceren, en die dus qua beheer basisdemocratisch zijn. Hiertoe zal de wetgeving aangepast worden aan de behoeften van die bedrijven en zullen ze financieel gesteund worden.

Resolutie 017

Op juridisch vlak zal het vennootschapsrecht aangepast moeten worden aan de behoeften van de kleinschalige bedrijven. Dit geldt met name vooral voor de eenpersoonsbedrijven en de zuivere coöperatieven die geen medewerkers in loondienst hebben.

Resolutie 018

Voor de steun aan de ecologische bedrijven wordt geld aangewend dat nu gaat naar het stimuleren van de grootschalige productie. De vormen van steunverlening kunnen gehandhaafd blijven : belastingvrijstelling in sommige gevallen, kapitaalverschaffing of rentesubsidies, goedkoop terbeschikkingstelling van terreinen, lokalen en andere steun in natura

Resolutie 019

Daarnaast moeten ook originele oplossingen worden bedacht. Een alternatief banksysteem, gericht op de behoeften van de ontleners en niet op winsten van de geldbezitters wordt al door velen gevraagd. Een subsidiëring van de aankoop van duurzame maar duurdere ecologische goederen zal eveneens nodig zijn, bv. door goedkope leningen, wil men gaan vermijden dat die goederen het privilege blijven van de hogere inkomensgroepen.

Resolutie 020

Naast steunende maatregelen aan sociaal en ecologisch zinvolle bedrijven zal ook een zekere mate-- van prijspolitiek gehanteerd worden. De markt is immers niet in staat de volledige kost van de materiële producten aan te rekenen. De sociale last en de milieukost van een product zijn meestal niet in de prijs ingecalculeerd. De overheid zal deze kosten in het prijzensysteem inbouwen, dit via verbruiksbelastingen op dit product.

Resolutie 021

De tarievenstructuur van water, gas, elektriciteit moet worden aangepast, zodat besparingen interessant Worden. Het vast recht moet worden afgeschaft, de tarieven moeten progressief gemaakt worden


SLOTRESOLUTIE


Resolutie 155 (a)

Wij zijn er ons van bewust dat onze doelstellingen niet geheel met deze maatregelen te verwezenlijken zijn. Zij geven de middelen aan om toestanden niet verder te laten verrotten. Tezelfdertijd geven zij de richting aan waarin moet gezocht worden. Wij beseffen ook dat de veranderingen die wij ons tot doel stellen niet eenvoudig zomaar door een Belgisch of zelfs een Europees Parlement te beslissen zijn. Veeleer moet in alle maatschappelijke geledingen een grondige ommekeer plaatsvinden.


verder naar DEEL 1. MILIEUVRIENDELIJKE ECONOMIE