Gezelle/De avondzonne

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De winden * 125 De avondzonne van Guido Gezelle Avond * 127
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Bijkans beet de zonne in ‘t westen,
     die, vroegmorgens opgestaan,
mij, en u en al, ten besten,
     heeft heur daaglijksch werk gedaan.

Goeden hielp zij vreedzaam leven,
     dwazen, die heur licht onteerd
wilden, laat zij, rein gebleven,
     ‘t bleuzend aanschijn toegekeerd.

Zoo voldoet zij, alle dagen,
     heuren dienst, volstandig in
‘t voeren van den hemelwagen,
     sedert ‘s werelds aanbegin.

Eens zal zonne en al verslinden
     ‘t endelvier: die vijand van
God nu is, hoe zal hij vinden
     vriendlijkheid en vrede dan?

Raakt de zon de roode kusten
     van den oost, o mensche, ‘n zij ‘t
niet om, morgen, ongebluschten
     vonk te zien van haat en nijd!

Maar, u, mij en al, ten besten,
     moge, in vreden opgestaan,
nooit op vijands veete, in ‘t westen,
     de avondzonne slapen gaan!

16/4/1895