Gezelle/Oudheidkunde

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tusschen de twee * 19 Oudheidkunde van Guido Gezelle Oudheid * 21
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

o Eerbiedweerdigheid
der oudheidkunde, in dezen,
in allen deelen van
ons land, hoe kander wezen
     zoo eerbiedweerdig iet,
     van al dat haait en draait,
     als ‘t geen het hondtje bast
     en ‘t geen het haantje kraait!

Van Adams tijden af
tot Noë's tijd, en later,
beweert men, onbeschaamd,
en tegensprake en staat er
     geschreven, of gedrukt
     in boeken, waar of hoe,
     dat ‘t hondtje zegt: "Ba-waw!"
     en ‘t haantje: "Koeklikoe!"

Geen oudheidkunde en zal
mijne ooren of mijne oogen,
‘t zij uitgedolven, ‘t zij
nog weggeborgen, toogen
     eene oudere oudheid als,
     van al dat haait en draait,
     hetgeen het hondtje bast
     en ‘t geen het haantje kraait.

13/4/1895