Staatsregeling van Sint Maarten/Hoofdstuk 5

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hoofdstuk 4 De Staten Hoofdstuk 5 Raad van Advies, Algemene Rekenkamer, Ombudsman en vaste colleges van advies van Staatsregeling van Sint Maarten Hoofdstuk 6 Wetgeving en bestuur


HOOFDSTUK 5 RAAD VAN ADVIES, ALGEMENE REKENKAMER, OMBUDSMAN EN VASTE COLLEGES VAN ADVIES[bewerken]

Artikel 67

1. De Raad van Advies wordt gehoord over:

a. alle ontwerpen van landsverordeningen en van besluiten, houdende algemene maatregelen;
b. voorstellen tot goedkeuring, als bedoeld in het tweede lid van artikel 24 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, van verdragen die Sint Maarten raken;
c. voorstellen van rijkswetten en ontwerpen van algemene maatregelen van rijksbestuur.

2. Het horen van de Raad van Advies kan achterwege blijven met betrekking tot de in het eerste lid onder b en c genoemde voorstellen en ontwerpen indien daaromtrent tussen de regering en de gevolmachtigde minister geen overleg plaatsvindt of naar het oordeel van de regering om andere redenen het horen van de Raad bezwaarlijk is.

3. Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid kan het horen van de Raad van Advies achterwege blijven in bij landsverordening te bepalen gevallen.

Artikel 68

1. De Raad van Advies, verder te noemen de Raad, bestaat uit vijf leden, onder wie een vice-voorzitter.

2. De Gouverneur kan het voorzitterschap van de Raad bekleden, zo dikwijls hij dat nodig oordeelt. Hij heeft een raadgevende stem.

3. De vice-voorzitter en de overige leden worden bij landsbesluit benoemd, geschorst en ontslagen. Zij worden benoemd voor een periode van zeven jaar en zijn terstond herbenoembaar.

4. De rechtspositie van de leden van de Raad van Advies wordt bij landsverordening geregeld.

5. Een lid van de Raad van Advies kan niet tegelijk zijn:

a. lid van de Algemene Rekenkamer;
b. Ombudsman;
c. lid van de Staten;
d. minister;
e. gevolmachtigde minister;
f. actief dienend ambtenaar;
g. lid van de rechterlijke macht;
h. procureur-generaal of advocaat-generaal bij het Hof van Justitie;
i. lid van de Staten.

6. Met ambtenaar, bedoeld in het voorgaande lid, onder f, worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die als werkman zijn aangesteld en zij, die in dienst van het landsbestuur op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn.

7. Bij landsverordening kan ten aanzien van andere betrekkingen worden bepaald, dat zij niet gelijktijdig met het lidmaatschap van de Raad van Advies kunnen worden uitgeoefend.

Artikel 69

1. De inrichting en bevoegdheid van de Raad van Advies worden bij landsverordening geregeld.

2. Bij landsverordening kunnen aan de Raad van Advies ook andere dan in dit hoofdstuk genoemde taken worden opgedragen.

Artikel 70

De leden van de Raad van Advies leggen, alvorens hun betrekking te aanvaarden, in handen van de Gouverneur de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar), dat ik, om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige beloften of geschenken zal aannemen, middellijk of onmiddellijk.

Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning en aan het Statuut voor het Koninkrijk, dat ik de Staatsregeling van Sint Maarten steeds zal helpen onderhouden en het welzijn van Sint Maarten naar mijn vermogen zal voorstaan.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig

(Dat verklaar en beloof ik)!"

Artikel 71

De Algemene Rekenkamer is belast met het onderzoek naar de doelmatigheid en rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven van het Land.

Artikel 72

1. De Algemene Rekenkamer bestaat uit drie leden, de voorzitter daaronder begrepen.

2. De voorzitter en de overige leden worden bij landsbesluit voor het leven benoemd uit een voordracht van ten minste twee personen, opgemaakt door de Staten. De voordracht kan slechts worden vastgesteld met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

3. Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij landsverordening te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.

4. In de gevallen bij landsverordening bepaald, kunnen zij door het Hof van Justitie worden geschorst of ontslagen.

5. De rechtspositie van de leden van de Algemene Rekenkamer wordt overigens bij landsverordening geregeld.

6. Het bepaalde in het vijfde, zesde en zevende lid van artikel 68 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de Algemene Rekenkamer.

Artikel 73

1. De inrichting en bevoegdheid van de Algemene Rekenkamer worden bij landsverordening geregeld.

2. Bij landsverordening kunnen aan de Algemene Rekenkamer ook andere dan in artikel 71 genoemde taak worden opgedragen.

Artikel 74

De leden van de Algemene Rekenkamer leggen voor de ambtsaanvaarding in handen van de Gouverneur de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar), dat ik, om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige beloften of geschenken zal aannemen, middellijk of onmiddellijk.

In zweer (beloof) trouw aan de Koning en aan het Statuut voor het Koninkrijk, dat ik de Staatsregeling van Sint Maarten steeds zal helpen onderhouden en het welzijn van Sint Maarten naar mijn vermogen zal voorstaan.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig

(Dat verklaar en beloof ik)!"

Artikel 75

1. De Ombudsman verricht op verzoek of uit eigen beweging onderzoek naar gedragingen van bestuursorganen van het Land en van andere bij of krachtens landsverordening aangewezen bestuursorganen.

2. De Ombudsman wordt voor een bij landsverordening te bepalen termijn benoemd door de Staten. Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij landsverordening te bepalen leeftijd wordt hij ontslagen.

3. In de gevallen bij landsverordening aangewezen kan hij door de Staten worden geschorst of ontslagen. De landsverordening regelt overigens zijn rechtspositie.

4. Bij landsverordening worden de bevoegdheid en de werkwijze van de Ombudsman geregeld.

5. Bij of krachtens landsverordening kunnen aan de Ombudsman ook andere taken worden opgedragen.

Artikel 76

1. Vaste colleges van advies in zaken van wetgeving en bestuur worden ingesteld bij landsverordening.

2. Bij landsverordening worden de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van deze colleges geregeld.

3. Bij of krachtens landsverordening kunnen aan deze colleges ook andere dan adviserende taken worden opgedragen.

Artikel 77

1. De adviezen van de in dit hoofdstuk bedoelde colleges zijn openbaar voor zover niet strijdig met het belang van het Land of dat van het Koninkrijk.

2. Bij landsverordening kan worden bepaald, dat andere belangen dan het belang van het Land en dat van het Koninkrijk openbaarmaking kunnen verhinderen van de in voorgaande lid bedoelde adviezen.

3. Adviezen, uitgebracht terzake van ontwerpen van landsverordening die door de regering worden ingediend, worden aan de Staten overgelegd voor zover deze overlegging niet strijdig is met het belang van het Land, dat van het Koninkrijk of andere bij landsverordening als zodanig aan te wijzen belangen.