Staatsregeling van Sint Maarten/Hoofdstuk 4

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hoofdstuk 3 Grondgebied en eenheid Hoofdstuk 4 De Staten van Staatsregeling van Sint Maarten Hoofdstuk 5 Raad van Advies, Algemene Rekenkamer, Ombudsman en vaste colleges van advies

HOOFDSTUK 4 DE STATEN[bewerken]

§ 1. Samenstelling[bewerken]

Artikel 43

De Staten vertegenwoordigen het gehele volk van Sint Maarten.

Artikel 44

De Staten bestaan uit vijftien leden.

Artikel 45

1. De zittingsduur van de Staten is vier jaren.

2. Het zittingsjaar vangt aan op de tweede dinsdag van september of op een bij landsverordening te bepalen eerder tijdstip met een uiteenzetting, door of namens de Gouverneur, van het door de regering te voeren beleid in een daartoe belegde vergadering van de Staten.

Artikel 46

1. De leden van de Staten worden gekozen op grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door landsverordening te stellen grenzen.

2. De verkiezingen zijn vrij en worden gehouden bij geheime stemming.

Artikel 47

1. De leden van de Staten worden rechtstreeks gekozen door de ingezetenen van Sint Maarten, die Nederlander zijn en de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

2. Uitgesloten van het kiesrecht is degene die wegens het begaan van een daartoe bij landsverordening aangewezen delict bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is veroordeeld tot een vrijheidstraf van een jaar en hierbij tevens is ontzet van het kiesrecht.

3. Uitgesloten van verkiesbaarheid is degene die wegens het begaan van een daartoe bij landsverordening aangewezen delict bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is veroordeeld en op grond van de artikelen 35, eerste lid, of 49, eerste lid, van rechtswege is uitgesloten van verkiesbaarheid.

Artikel 48

1. Om lid van de Staten te kunnen zijn is vereist dat men ingezetene van Sint Maarten en Nederlander is, de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht.

2. Een lid van de Staten kan te allen tijde zijn ontslag nemen door middel van een schriftelijke mededeling aan de voorzitter van de Staten.

3. Het lidmaatschap van de Staten vervalt in ieder geval door een verblijf buiten het land van langer dan acht maanden, tenzij bij landsverordening een andere termijn is bepaald.

Artikel 49

1. Een lid van de Staten dat bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is veroordeeld wegens het begaan van een daartoe bij landsverordening aangewezen misdrijf verliest van rechtswege het lidmaatschap van de Staten en wordt voor een bij landsverordening te bepalen termijn uitgesloten van verkiesbaarheid.

2. Een lid van de Staten wordt van rechtswege geschorst:

a. indien hij zich in voorlopige hechtenis bevindt terzake van een bij landsverordening aangewezen misdrijf;
b. indien tegen hem een gerechtelijk vooronderzoek terzake van een bij landsverordening aangewezen misdrijf is ingesteld;
c. wanneer hij bij niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens een bij landsverordening aangewezen misdrijf is veroordeeld.

3. Degene die het lidmaatschap van de Staten van rechtswege heeft verloren, bedoeld in het eerste lid, of het lid van de Staten dat is geschorst, bedoeld in het tweede lid, wordt vervangen. Bij landsverordening wordt de schorsing en vervanging nader geregeld.

Artikel 50

1. De leden van de Staten kunnen niet tegelijk zijn:

a. Gouverneur;
b. vervanger van de Gouverneur;
c. lid van de Raad van Advies;
d. lid van de Algemene Rekenkamer;
e. Ombudsman;
f. minister;
g. gevolmachtigde minister;
h. actief dienende ambtenaar;
i. lid van de rechterlijke macht;
j. procureur-generaal of advocaat-generaal bij het Hof van Justitie;

2. Bij landsverordening kan ten aanzien van andere openbare betrekkingen worden bepaald dat zij niet gelijktijdig met het lidmaatschap van de Staten kunnen worden uitgeoefend.

3. De Staten kunnen een zodanig ontwerp van landsverordening niet goedkeuren of niet besluiten tot voordracht van een zodanig ontwerp dan met twee derden van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 51

1. Bloedverwantschap tot en met de tweede graad mag niet bestaan tussen de leden van de Staten. Echtgenoten kunnen niet tegelijkertijd lid van de Staten zijn.

2. Wanneer personen, die verkeren in een van de gevallen bedoeld in het eerste lid, tegelijkertijd gekozen worden, wordt alleen toegelaten hij, die de meeste stemmen verkreeg, en bij gelijk aantal stemmen de oudste. Indien in laatstbedoeld geval ook de leeftijden gelijk zijn, beslist het lot.

3. Hij die na zijn verkiezing komt te verkeren in het geval, bedoeld in de tweede zin van het eerste lid, kan op die grond niet verplicht worden af te treden voor de afloop van zijn tijd van zitting.

Artikel 52

De Staten onderzoeken de geloofsbrieven van zijn nieuwbenoemde leden en beslissen met inachtneming van bij landsverordening te stellen regels de geschillen welke met betrekking tot de geloofsbrieven of de verkiezing zelf rijzen.

Artikel 53

1. Bij landsverordening worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot het kiesrecht en de verkiezingen.

2. Bij landsverordening worden regels gesteld ter bevordering van een evenwichtig en verantwoord verkiezingsverloop.

Artikel 54

De leden van de Staten leggen alvorens hun betrekking te aanvaarden, in handen van de Gouverneur de volgende eed (verklaring en belofte) af:

"Ik zweer (verklaar), dat ik, middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of wat voorwendsel ook, in verband met mijn verkiezing tot lid van het Parlement, aan iemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven.

Ik zweer (beloof), dat ik, om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige beloften of geschenken zal aannemen, middellijk of onmiddellijk.

Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning en aan het Statuut voor het Koninkrijk, dat ik de Staatsregeling van Sint Maarten steeds zal helpen onderhouden en het welzijn van Sint Maarten naar mijn vermogen zal voorstaan.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig

(Dat verklaar en beloof ik)!"

Artikel 55

1. De Staten kiezen uit hun midden een voorzitter en een ondervoorzitter.

2. Zolang zodanige benoeming nog niet heeft plaats gevonden, treedt als voorzitter op de voor de voorafgaande periode benoemde voorzitter of ondervoorzitter, indien deze deel uitmaakt van de nieuwe Staten, dan wel, bij ontstentenis van zodanige persoon, het lid van de nieuwe Staten, dat onder de leden, die het langst zitting hebben gehad in het college, het oudste lid is in jaren. Alsook zodanige persoon mocht ontbreken, treedt het oudste lid in jaren als voorzitter op.

3. De Staten benoemen, schorsen en ontslaan hun griffier. Deze kan niet tevens lid van de Staten zijn.

4. Aan de griffier wordt het vereiste aantal ambtenaren in de nodige rangen toegevoegd. Zij kunnen niet tevens lid van de Staten zijn.

5. De positie en bezoldiging van de griffier worden bij landsverordening geregeld, evenals zijn aanspraken op verlof en verlofbezoldiging, wachtgeld en pensioen.

6. De benoeming, schorsing en ontslag, alsmede de rechtspositie van de overige ambtenaren van de griffie worden bij landsverordening geregeld.

Artikel 56

De bezoldiging, het pensioen, alsmede overige geldelijke voorzieningen van de leden van de Staten worden bij landsverordening geregeld. De Staten kunnen een ontwerp van landsverordening ter zake alleen goedkeuren met tenminste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.

Artikel 57

1. De Staten kunnen bij landsbesluit worden ontbonden.

2. Het besluit tot ontbinding houdt tevens de last in tot een nieuwe verkiezing voor de ontbonden Staten en tot het samenkomen van de nieuw gekozen Staten binnen drie maanden.

3. De ontbinding gaat in op de dag waarop de nieuw gekozen Staten samenkomen.

§ 2. Werkwijze[bewerken]

Artikel 58

1. De Staten vergaderen in het openbaar.

2. a. De deuren worden gesloten, als de voorzitter het nodig acht of vier leden het vorderen.

b. De vergadering kan vervolgens niet dan met twee derden van de uitgebrachte stemmen besluiten dat met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en besloten.

Artikel 59

1. De Staten mogen niet beraadslagen noch besluiten, als niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden bij de vergadering aanwezig is.

2. Besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen tenzij in deze Staatsregeling anders is bepaald.

3. De leden stemmen zonder last.

4. Over zaken wordt mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, wanneer een lid dit verlangt.

Artikel 60

Elk lid van de Staten heeft het recht vragen te stellen aan de ministers. De ministers beantwoorden deze vragen binnen redelijke termijn, voor zover het beantwoorden daarvan niet strijdig geoordeeld kan worden met het belang van het Land of van het Koninkrijk.

Artikel 61

1. De ministers hebben toegang tot de vergaderingen en kunnen aan de beraadslagingen deelnemen.

2. Zij kunnen door de Staten worden uitgenodigd om bij de vergaderingen aanwezig te zijn om de verlangde inlichtingen te geven, voor zover het geven daarvan niet strijdig geoordeeld kan worden met het belang van het Land of van het Koninkrijk.

3. Zij kunnen zich in de vergaderingen doen bijstaan door de personen, daartoe door hen aangewezen.

Artikel 62

De Staten hebben het recht van onderzoek, te regelen bij landsverordening.

Artikel 63

De leden van de Staten, de ministers en andere personen, die deelnemen aan de beraadslaging, kunnen niet in rechte vervolgd of aangesproken worden voor hetgeen zij in de vergaderingen van de Staten of van commissies daaruit hebben gezegd of aan deze schriftelijk hebben overgelegd.

Artikel 64

De Staten stellen het reglement van orde voor hun vergaderingen vast. Het wordt openbaar gemaakt op de voor de landsverordeningen voorgeschreven wijze.

Artikel 65

De Staten zijn bevoegd de belangen van Sint Maarten voor te staan bij de regering van het Koninkrijk en bij de Staten-Generaal.

Artikel 66

De Staten onderzoeken de aan hen gerichte verzoekschriften.