Theo van Doesburg/Onafhankelijke bespiegelingen over de Kunst/2

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Onafhankelijke bespiegelingen over de Kunst [2]
Auteur(s) Theo van Doesburg
Datum Zaterdag 11 en zondag 12 oktober 1913
Titel Onafhankelijke bespiegelingen over de Kunst
Krant De Avondpost
Jg, nr ?, 8714
Editie, pg [Dag], Eerste blad, z.p.
Theo van Doesburg Onafhankelijke bespiegelingen 2.jpg
Opmerkingen Vervolg op ‘Onafhankelijke bespiegelingen over de Kunst [1].
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Auteursrecht Publiek domein

[A. 1.]

[...]

Onafhankelijke bespiegelingen over de Kunst.

door Theo van Doesburg.

(Vervolg).

Mensch en Kustenaar.

      ’s Menschen innerlijk leven is hoofdzaak van zijn bestaan. Dit innerlijk leven bestaat uit het ondergaan van gevoelens. Het ondergaan van gevoelens doet het denken geboren worden. Bij de geboorte van het denken begint het menschelijke.
      Door de Gedachte is de mensch in staat zich tegenover het leven en zichzelf (= z’n gevoelens) te plaatsen. Hierin ligt de oorzaak tot Kunst. De oorzaak tot Kunst wordt dus tegelijk met het menschelijke geboren.
      Kunstenaars zijn menschen die het innerlijk, menschelijk leven — bestaande uit gevoelens en gedachten — onder woorden brengen, zichtbaar of hoorbaae maken kunnen. Brengen zij het innerlijk leven onder woorden, dan is dat Literatuur. Maken zij het zichtbaar, dan is dat Beelden Kunst. Maken zij het hoorbaar, het is Muziek.
      ’s Menschen innerlijk leven is chaotisch. Kunstenaars brengen orde in deze chaos
      Door de Kunst krijgt het innerlijk leven zelfstandigheid.
      Kunst is de zelfstandigheid van ons innerlijk leven.

      Elk(e) mensch (wezen) ondergaat gevoelens 1), doch niet ieder is zijn gevoelens bewust geworden. De kunstenaar nu is zijn gevoelens bewust geworden. Uit dit bewustzijn van het innerlijk leven ontstaat de behoefte dit binnen - leven naar buiten te brengen: in beelden om te zetten; in klanken over te brengen of onder woorden te brengen. De kunstenaar geeft alzoo teekens uit het innerlijk, menschelijk leven.
      Deze teekens zijn de kunstwerken. De kunstwerken ontstaan uit handeling. De handeling bepaalt de hoedanigheid van den vorm waardoor de gevoelens en gedachten of het innerlijk leven te voorschijn komt. Het innerlijk leven kan te voorschijn komen door muziek: de kunstenaar heeft het (zijn) innerlijk leven gehoord; het innerlijk leven kan te voorschijn komen door beelden: de kunstenaar heeft het (zijn) innerlijk leven gezien; het innerlijke leven kan te voorschijn komen door het woord: de kunstenaar heeft zijn innerlijk leven verstaan. Ieder geeft uiting aan zijn innerlijk leven, op velerlei manier en meer of minder hevig.
      Een mensch ondergaat smart en hij huilt.
      Een mensch ondergaat vreugde en hij lacht.
      Een kunstenaar ondergaat smart en hij huilt door middel van een kunstwerk. Een kunstenaar ondergaat vreugde en hij lacht door middel van een kunstwerk.

      Het hangt van den aard der gevoelens af hoe de aard van het kunstwerk zijn zal.

      Ziekelijke gevoelens zullen het kunstwerk een zieklijk karakter geven en de aanschouwer, hoorder of lezer met de ziekelijke gevoelens aandoen. Sensueele gevoelens zullen het kunstwerk een sensueel karakter geven en de aanschouwer, hoorder of lezer de sensueele gevoelens aandoen. Zijn de gevoelens sterk individueel en alleen tot den kunstenaar beperkt, zoo zal het kunstwerk een exclusief karakter hebben en alleen tot den maker of tot enkelen spreken.
      Zijn de gevoelens echter uit de ziel van de geheele menschheid geboren, zooals voornamelijk de religieuze gevoelens, zoo zal het kunstwerk een algemeen en volmenschelijk karakter vertoonen en in staat zijn een zeer groot aantal menschen aan te doen met vol - menschelijk gevoelens. In dit laatste geval uit de Mensch zich door middel van den kunstenaar. Het kunstwerk is dan wat de essence of de bedoeling betreft „onpersoonlijk”
      Met tal van voorbeelden als de „Ilias”, „Idyssee”, het boek „Job”, de „Don Quichotte”, verscheidene sprookjes en gelijkenissen, zekere schilderwerken van Fra Angelico, Millet, Lepage, Van Gogh, Duffen en beeldhouwwerken van Meunier enz., zou dit te bewijzen zijn; hetgeen ik ook zal trachten te doen.