De Avondpost/Nummer 8813/Onafhankelijke bespiegelingen over de Kunst

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Onafhankelijke bespiegelingen over de Kunst [7]
Auteur(s) Theo van Doesburg
Datum Zaterdag 7 en zondag 8 februari 1914
Titel Onafhankelijke bespiegelingen over de Kunst. (Vervolg),
Krant De Avondpost
Jg, nr ?, 8813
Editie, pg [Weekend], D 2
Theo van Doesburg Onafhankelijke bespiegelingen 7.jpg
Opmerkingen In aflevering 8831 van De Avondpost staat m.b.t. dit artikel de volgende rectificatie: ‘In de vorige „Bespiegelingen over de Kunst” Avondpost 8813 D 2. staat achter het sluithaakje bovenaan de kolom: ....de techniek, het lichamelijk deel der kunst, er door groeit en sterker wordt.
      Dit moet zijn:...blijft de kunst even achterlijk, wat haar wezen betreft. De daarop volgende zin is dan: Misschien dat de techniek het lichamelijk deel der kunst, er door groeit en en sterker wordt
      Voorts staat in de laatste alinea dier kritiek: „licht” voor „ligt”.’
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Auteursrecht Publiek domein
[aflevering 1] · [aflevering 2] · [aflevering 3] · [aflevering 4] · [aflevering 5] · [aflevering 6] · [aflevering 7] · [aflevering 8]

[D 2]


[...]


Onafhankelijke bespiegelingen over de Kunst.

door Theo van Doesburg.

(Vervolg),

      In tijdperken van materialistisch denken neemt de kunst direct een meer oppervlakkige houding aan. In tijdperken van twijfel en wetenschappelijk onderzoek (de z.g.n. renaissance en ook eenigszins de moderne tijd) ontaardt zij in wetenschap en verfijning harer stoffelijke deelen. Wordt de godsdienst verd ongen door de wetenschap, dan wordt de kunst wetenschap en mechanisme. Zoodra echter een nieuw geestelijk uitzicht wordt geopend, een doelwit waarop het menschelijk leven zich richten kan, wordt de kunst het bezielend organisme waardoor de nieuwe geest zich uitzingen kan. Zoo zijn de kunstenaars als ’t ware het netvlies waarin het geestelijk licht van den tijd opgevangen wordt.
      Een tijd nu, waarin de gevoelens door elkaar liggen en verward zijn, brengt in hare kunstwerken, deze verwarde gevoelens tot uitdrukking. Zulk een tijd is de onze. Zulk een kunst is de onze.
      Wij leven in een tijd waarin de bevruchting is gelegd voor een nieuw of althans voor een gezuiverd levens-besef.
      De kruising der verschillende, ja meest tegenstrijdige gevoelens en gedachten, zij zijn de moeilijke weeën, die de baring voorafgaan. Men kan de geboorte niet verhaasten. Het moet alles zijn groei hebben. En zooals een nieuw schepsel eerst dàn bestaat, wanneer het zich zelfstandig en vrij in de ruimte beweegt, zoo kan eerst dàn van een nieuwe Kunst gesproken worden wanneer zij de zelfstandige uitdrukking is van het nieuwe levensbesef.
      Wij leven in een tijd van geboorte. In geen enkel tijdperk zijn de menschen zoo zeer tot het bewustzijn gekomen van de onmogelijkheid het leven op de oude grondslagen van geweld en genot voort te zetten als in dezen, in den modernen tijd. Het schoonheids-principe wordt vervangen, door het waarheids-principe en het begrip van recht. Het waarheidsp incipe wordt vervangen door het bewustzijn van het goede.
      Dat slechts door liefde, eenheid en broederschap datgene bereikt wordt wat in het belang van het geheele menschdom ligt, is een der voornaamste grondgevoelens van het nieuwe levensbesef. Het spreekt vanzelf, dat de weder-geboorte van een algemeen levensbesef niet zonder invloed kan blijven op de dragers en uitbeelders van het levensbesef: de denkers en kunstenaars.
      Waar, zooals is aangetoond, in de menschelijke gevoelens door alle eeuwen heen een duidelijk te onderscheiden groei merkbaar is, en wel in de volgorde Vrees, Schoonheid, Waarheid, Liefde, daar spreekt de hoogste kunst den hoogsten groei uit. Brengt de kunst, onder welken vorm ook, den groei der menschelijke gevoelens tot uitdrukking, dan spreekt men van Nieuwe Kunst.
      Door op oude gevoels-gronden voort te bouwen wanneer reeds lang nieuwe aanwezig zijn; door b.v. Schoonheid of Waarheid als uitgangspunt te nemen wanneer deze gevoelens vervangen zijn door die van Liefde en Eenmaking (deze gevoelens werden een 19-tal eeuwen reeds geboren en duidelijk als uitgangspunt tot het levensbesef aangegeven hoewel de kunstenaars toch, uitgezonderd een enkele, putten uit de oude bronnen van Schoonheid en Waarheid) wordt de voorwaarts gaande beweging der Kunst slechts belemmerd; zij blijkt achterlijk. Door elken gevoelsgrond te verwerpen en van Kunst een wetenschappelijk handwerk te maken, bestemd om vorm- of kleurprob emen op te lossen (denk aan: Klassicisme, impressionisme, neo-impressionisme, luminisme, pointillé, Kubisme, enz.), de techniek, het lichamelijk deel der Kunst, er door groeit en sterker wordt. Dit is nog twijfelachtig, daar de kunstenaars tenslotte, wanneer de nieuwe gevoel-basis bewust aanvaard is, weder tot de klare, eenvoudige, ja primitieve vormen zullen moeten terugkeeren. Want waar — om een paar woorden over techniek te zeggen — op den grondslag der Schoonheid de golvende lijn overheerschend was (Phidias, Michel-Angelo, Rafaël, Rubens), daar versoberde zich deze lijn op den grondslag der Waarheid (Millet, Manet, Cézanne), totdat zij op den grondslag der Liefde in de rechte lijn eindigen zal. Dit zal de Kunst der toekomst in staat stellen een internationalen vorm te scheppen; een vorm, verstaanbaar voor allen en stevig genoeg om een algemeen gevoelen als Liefde op monumentale wijze uit te beelden.
      Ziedaar de toekomst! Ziedaar waarheen het streven is. Pioniers worden op de hoogte gezien. Enkelen arbeiden bewust, anderen onbewust aan één en hetzelfde doel. Daar zijn enkelen die arbeiden aan de hernieuwing der gevoelsgronden en daar zijn e die werken aan de vereenvoudiging der techniek. De een werkt aan het innerlijke der Kunst, de ander aan het uiterlijke; sommigen aan beide tegelijk.
      Ziedaar den weg waarlangs de Kunst hare zending volbrengen kan: een Teeken te worden, samengesteld uit de hoogste en beste gevoelens der menschen en de volkeren in dit Teeken innerlijk met elkaar te verbinden niet alleen, maar ook ieder individu afzonderlijk met de edelste krachten te verbinden en zijn gevoelens te zuiveren. Om dit te bereiken moet er gewerkt worden; krachtig en veel. Om dit te bereiken is het noodig dat er nieuwe waarden komen. Het is alzoo noodig, dat het inzicht geboren wordt: dat Kunst een der machtigste factoren kan zijn in ’t leven der vo keren; dat Kunst een der voornaamste plaatsen kan innemen bij de innerlijke opvoeding van het individu.
      Het is noodzakelijk, dat de Kunst vanaf heden ophoudt een luxe-product te zijn (hetgeen zij op den ouden grondslag van Schoonheid geworden is), of een strijdmiddel, of een middel tot verzekering van den nationale roem. De nieuwe kunst heeft ruimte noodig, zij kan geen grenzen, geen banden om zich heen hebben. Zij wil nu aller volkeren der aarde bezoeken: zwarten en blanken, jongen en ouden.
      Om nader te komen tot dat doel, hetwelk door alle eeuwen heen de kunst beoogde, is het noodig dat de kunstenaar zich bewust worde, dat er een hervorming noodig is in zijn binnenleven, opdat hij zich bewust worde niet een dienaar te zijn van een algemeene ontspanning, maar een dienaar van het algemeen-geestelijk leven der volkeren. De oppervlakte van het leven (dat hij nu door zijn schilderachtigen handel rekt) zal hij verlaten om neer te dalen tot op den levensbodem. Waar de kunstenaar van voorheen de bewegelijke, vergankelijke oppervlakte van het leven liefhad, daar zal de kunstenaar van heden doordringen in de diepte, in het onvergankelijke leven. Dààr zal hij schatten ontdekken, die hij aan de oppervlakte nooit vermoeden kon. Zoo zal hij den schijn verwisselen voor het leven.
      Zoo zal hij het uiterlijke (de Schoonheid) prijsgeven en het innerlijke (de Liefde) winnen. De kunstenaar van heden zal zich niet opsluiten in zijn „ik”. Hij zal zich bewegen in de menschheid. Was de Kunst de spraak van zijn „ik”, de kunst zal worden de spraak van „allen.”
      Alles wat de menschen scheidt, zal in de toekomstige kunst opgeheven worden.
De kunstenaar zal zijn een éénmaker en wel omdat de grondslag zijner werkzaamheid niet langer een gevoelen is voor ieder verschillend als Schoonheid, maar omdat die grondslag geworden is tot een gevoelen hetwelk voor allen hetzelfde is (Liefde). Hij (zij) zal alle grenzen, die hem (haar) belemmeren deze diepste gevoelens spontaan uit t drukken, verbreken. De afstanden en de grenzen zal hij opheffen.
      Ze zouden hem kunnen belemmeren in zijn vlucht naar den hemel.
      De nieuwe Kunst zal dienen tot een gemakkelijk maar sterk voertuig dat de menschen tot God brengt. De nieuwe kunstenaar zal tot de wereld zeggen: duizenden jaren leef ik en duizenden jaren zal ik weer leven. Duizenden jaren raakte ik dingen aan, die binnen of buiten mij waren.... en zij werden tot Schoonheid.
      Ik schiep de Apollo’s, de Venussen, de Minerva’s, de Madonna’s, de Marsen en Jupiters. Ik streek over de slagvelden.
      Door mij werden zij tot Schoonheid.
      De heerschers, de verdrukkers, de rijken en de bedelaars, de pestlijders en waanzinnigen, ik raakte hen aan: Zij werden tot Schoonheid. Zóó heb ik den man, de vrouw en het kind aangeraakt. En deze Schoonheid, ik gaf ze u. Gij hadt er behagen in. Toen ze u verveelden schiep ik andere beelden: zon, wouden, bergen, meren, molens... wat niet al! Ik leerde u door deze beelden de levens-waarheid.
      Nu is het genoeg. Ik ben ontwaakt.
      Ik ben nuchter geworden. Wat hebt ge met mijne beelden gedaan? Gij hebt ze tot afgoden of tot speelgoed, of tot versiering van uw huis gemaakt. Gij hebt ze gebruikt als middel ter verh erlijking of tot verdrukking. Is het daarom dat ik mijn hart en nieren liet wegvreten, opdat gij handel zoudt drijven in de brokken van mijne ziel, van mijn hart en van mijn ingewand?
      Zijt gij zoo weinig beter geworden sinds ik verscheen en als die beelden schiep?
      Het licht dan aan mijne beelden? Goed! Ik zal u andere geven. Ik zal niet tot de zelfde bron terugkeeren. De hemel der Schoonheid is uitgeput. Doch het leven opende een nieuwe: Liefde. Daaruit zal ik u beelden halen. Misschien dat ge deze beelden noch tot afgoden, noch tot strijdmiddelen, noch tot opsieren van uwe woonkamer maakt, maar tot verlichting van uwe binnenkamer en verhooging van uwe natuur.

Slot volgt).