Vogelkiekjes/XIV

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
XIII. Vogelkiekjes (1910) van Jacob Daalder

XIV

XV.


[ 46 ]

XIV.


Zwaluwen.


De zwaluw is een algemeen bekend vogeltje, maar dat er, ongerekend de Snorvogels, waartoe de Gierzwaluw en de Geitenmelker of Nachtzwaluw gerekend worden, drie soorten als broedvogels in ons land voorkomen, weet niet zoo iedereen.

Buiten kent men het best de Boerenzwaluw (Hirundo rustica L.), die men van half April tot einde October om de schuren kan zien vliegen, en in dien tijd worden [ 47 ] door een enkel zwaluwpaar duizenden bij duizenden vliegen en muggen weggesnapt. Soms hoog in de lucht, dan weer laag bij den grond en meermalen scherende over het watervlak, wordt de buit steeds in vlucht gevangen, en aardig geschiedt het voederen der jongen in de lucht, waarbij de beide dieren elkander even met de pootjes steunen.

Van het mooie, glanzende vederkleed en van den diepgevorkten staart der Boerenzwaluw wordt hier niets gezegd. Ieder kent dit vogeltje, of kan het leeren kennen. Alleen zij even gewezen op het nest, dat gebouwd wordt op balken en gebindten in de boerenschuren, maar ook wel tegen muren, in sluizen, onder bruggen en op nog meer plaatsen. En steeds heeft men in zoo'n nest te zien een kunstwerk, dat stevig van leem en klei is vervaardigd en voorzien van veertjes, wol, haren en andere zachte kleinigheden.

De oude vogels zijn in den eersten tijd zeer bezorgd voor hunne kinderen. Ze spannen paardeharen over de pootjes van het kroost, en deze haren worden stevig met klei aan de zijden van het nest vastgekleefd, zoodat er geen gevaar voor uitvallen uit het gewoonlijk hooge nest bestaat.

Wie de Huiszwaluw (Chelidon urbica L.) wil zien, kan ook wel in het land terecht, maar dikwijls toch vindt men hare nesten aan het bovengedeelte van kerkvensterbogen, en meermalen in menigte bij elkander. In deze wijze van nestmaken hebben we wel het geduld en het beleid van zulke kleine vogels te bewonderen. Bij kleine hoeveelheden moet de kleverige stof aangebracht worden, en zoo hangt ten slotte het geheel [ 48 ] aan de onderzijde der steenen, terwijl een zijdelingsch vlieggat toegang tot het zachtbekleede ledikantje geeft.

De Huiszwaluw is kleiner dan de Boerenzwaluw en minder kleurig, maar het wit van de stuit, waarnaar de de soort ook Melkstaartje en Witgatje genoemd wordt, kan men in de vlucht tot op aanmerkelijken afstand herkennen.

En nu gaan we een broedkolonie van de derde bij ons voorkomende zwaluwsoort, de Oeverzwaluw (Cotile riparia L.), bezoeken.

Zie, daar is een afgegraven hoogte met steilen wand, en op gelijke hoogten ziet ge een tiental gaten, waarin de oningewijde misschien ratten- en wezelholen wil zien. Maar kom even in bedekking, en ge zult het beter weten. Daar naderen reeds in snelle vlucht een paar grijze vogeltjes, en na een paar zigzagjes voor den wand gemaakt te hebben, verdwijnen ze in de gaten. Wanneer ge nu wilt zien, waar ze gebleven zijn, moet de hoogte ongeveer een meter breed weggegraven worden. Daar zijn de einden der gangen, en in eene verwijding is het nest gemaakt van een weinig gras en veel veêren. In „Fauna Neêrlandica" van „Artis", kan men een dergelijke broedkolonie nagebootst vinden, en aan den achterkant er van ziet men de nesten met de eieren. Ook is aan de zijde een hol waarneembaar, dat in het midden eenige daling aangeeft, blijkbaar aangebracht, om mogelijk invloeiend water geen toegang tot het nest te geven.

Wat een kolossalen arbeid heeft zoo'n Oeverzwaluwenpaar toch moeten verrichten, om een hol in den wand te graven! Want dikwijls is de grond hard, en meermalen ook stuiten de vogels op harde voorwerpen, en [ 49 ] dan moet opnieuw begonnen worden. Ook dat heeft de heer Steenhuizen in „Artis" heel aardig voorgesteld, daar men een begin van een hol ziet, waarin een hoorn van Buccinum undatum (Wulk) het verder graven belette. De Ooeverzwaluw heeft maar een eenvoudig grijs kleedje, en ze komt alleen daar voor, waar ze nestgelegenheid vindt, d.i. bij dijken, duinen, zandgraverijen, slootwallen, hooge mestvaalten, enz.

Meer zwaluwsoorten hebben we niet.

De diertjes worden bij ons algemeen beschermd, en wel met eene soort van vereering. En daarom is het zoo jammer, dat duizenden en tienduizenden van deze lieve diertjes opgevangen worden in het Zuiden van Europa, waar ze vaste trekstraten volgen. Alleen internationale beschermingswetten zullen hierin verbetering kunnen brengen. Mogen ze dan spoedig tot stand komen!

Eetbare zwaluwnesten vindt men in Oost-Indië. Ze worden gemaakt door de Salangane (Collocalia nidifica), terwijl de Amerikanen zich vergasten aan die van Guacharo (Steatornis caripennis).