Gezelle/Schoone nacht

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Salix vitellina L. * 120 Schoone nacht van Guido Gezelle Avondrood * 122
Uit Rijmsnoer om en om het jaar

Wolken, ‘t zijn... lijk sperreboomen,
     uitgespreid, alhier aldaar,
staan, ten oosten heen, de zoomen
     vol, van ‘s menschen woonsteê. ‘t Jaar
wendt te zomerwaard zijn schreden,
nacht aan ‘t worden is ‘t, en heden
     helder was ‘t een dag, voorwaar.

Tusschen ‘t sperreboomsch geveder,
     ‘t donkerzwarte, zie ‘k het zwerk
duisterblauw nog, her end weder,
     ieder stonde minder sterk:
ieder stonde, en, door den donker,
scherper wordt het scherp geflonker
     van één sterre, in ‘t wolkgevlerk.

‘k Zieder twee, drie, vier, vijf, zesse,
     die, elkander nagespoed,
tusschen hier en daar een stresse,
     gaandeweg, mijne ooge ontmoet
in de wolken; die maar droomen
meer en zijn van sperreboomen:
     nacht en donker is ‘t voor goed.

o Alleen nu zichtbaar schoone
     woonsteê, van geen' menschen, neen
maar van God, die in den throone
     zijner hoogheid heerscht alleen:
schoone nacht, die ‘t menschdom duistert,
die van God en sterren fluistert...
     Zoeter zicht en zag ik - geen!

19/4/1895