Naar inhoud springen

Handvest van de Verenigde Naties/Hoofdstuk IV

Uit Wikisource
   Handvest van de Verenigde Naties   
Preambule · Hoofdstuk I Doelstellingen en beginselen · Hoofdstuk II Lidmaatschap · Hoofdstuk III Organen · Hoofdstuk IV Algemene Vergadering · Hoofdstuk V Veiligheidsraad · Hoofdstuk VI Vreedzame regeling van geschillen · Hoofdstuk VII Optreden met betrekking tot bedreiging van de vrede, verbreking van de vrede en daden van agressie · Hoofdstuk VIII Regionale akkoorden · Hoofdstuk IX Internationale economische en sociale samenwerking · Hoofdstuk X Economische en Sociale Raad · Hoofdstuk XI Verklaring betreffende niet-zelfbesturende gebieden · Hoofdstuk XII Internationaal trustschapsstelsel · Hoofdstuk XIII De Trustschapsraad · Hoofdstuk XIV Internationaal Gerechtshof · Hoofdstuk XV Het Secretariaat · Hoofdstuk XVI Diverse bepalingen · Hoofdstuk XVII Overgangsregelingen inzake veiligheid · Hoofdstuk XVIII Amendementen · Hoofdstuk XIX Bekrachtiging en ondertekening

Hoofdstuk IV

Algemene Vergadering

Samenstelling

[bewerken]

Artikel 9

1. De Algemene Vergadering wordt gevormd door alle Leden van de Verenigde Naties.

2. Elk Lid heeft in de Algemene Vergadering niet meer dan vijf vertegenwoordigers. Functies en bevoegdheden Artikel.

Functies en bevoegdheden

[bewerken]

Artikel 10

De Algemene Vergadering kan alle vraagstukken en alle zaken bespreken die binnen het kader van dit Handvest vallen of die betrekking hebben op de bevoegdheden en functies van organen waarin dit Handvest voorziet, en kan, behoudens het in artikel 12 bepaalde, met betrekking tot die vraagstukken of zaken aanbevelingen doen aan de Leden van de Verenigde Naties, of aan de Veiligheidsraad, of aan beide.

Artikel 11

1. De Algemene Vergadering kan de algemene beginselen van samenwerking bij het handhaven van de internationale vrede en veiligheid behandelen, met inbegrip van de beginselen voor ontwapening en wapenbeheersing, en kan met betrekking tot die beginselen aanbevelingen doen aan de Leden of aan de Veiligheidsraad, of aan beide.

2. De Algemene Vergadering kan alle vraagstukken bespreken betrekking hebbende op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, die door een Lid van de Verenigde Naties of door de Veiligheidsraad of, overeenkomstig artikel 35, tweede lid, door een staat die geen Lid is van de Verenigde Naties aan haar zijn voorgelegd, en zij kan, behoudens het in artikel 12 bepaalde, ten aanzien van dergelijke vraagstukken aanbevelingen doen aan de betrokken staat of staten, of aan de Veiligheidsraad, of aan beide. Elk dergelijk vraagstuk dat het nemen van maatregelen vereist, wordt door de Algemene Vergadering hetzij vóór hetzij na bespreking naar de Veiligheidsraad verwezen.

3. De Algemene Vergadering kan de aandacht van de Veiligheidsraad vestigen op situaties die de internationale vrede en veiligheid in gevaar dreigen te brengen.

4. De in dit artikel genoemde bevoegdheden van de Algemene Vergadering tasten de algemene strekking van artikel 10 niet aan.

Artikel 12

1. Zolang de Veiligheidsraad met betrekking tot enig geschil of enige situatie de hem krachtens dit Handvest opgedragen taken uitvoert, onthoudt de Algemene Vergadering zich ten aanzien van dat geschil of die situatie van het doen van enige aanbeveling, tenzij de Veiligheidsraad daarom verzoekt.

2. Met toestemming van de Veiligheidsraad doet de Secretaris-Generaal de Algemene Vergadering in iedere zitting mededeling van alle zaken betrekking hebbende op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid die bij de Veiligheidsraad in behandeling zijn en hij geeft, op gelijke wijze, onmiddellijk nadat de Veiligheidsraad de behandeling van zulke zaken staakt, daarvan kennis aan de Algemene Vergadering of, indien deze niet in zitting bijeen is, aan de Leden van de Verenigde Naties.

Artikel 13

1. De Algemene Vergadering geeft opdracht tot het verrichten van studies en doet aanbevelingen gericht op:

a. het bevorderen van internationale samenwerking op politiek gebied en het stimuleren van de progressieve ontwikkeling en de codificatie van het internationaal recht;

b. het bevorderen van internationale samenwerking op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede op het gebied van het onderwijs en de gezondheidszorg, en het medewerken aan de verwezenlijking van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden voor allen, zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of godsdienst.

2. De overige verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de Algemene Vergadering met betrekking tot zaken die in het eerste lid, letter b, van dit artikel zijn genoemd, worden uiteengezet in de Hoofdstukken IX en X.

Artikel 14

Behoudens het in artikel 12 bepaalde, kan de Algemene Vergadering maatregelen aanbevelen voor de vreedzame regeling van iedere situatie, ongeacht waaruit deze voorkomt, ten aanzien waarvan zij het waarschijnlijk acht dat deze het algemeen welzijn of de vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties zal schaden, met inbegrip van situaties die het gevolg zijn van een schending van de bepalingen van dit Handvest waarin de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties zijn uiteengezet.

Artikel 15

1. De Algemene Vergadering ontvangt en behandelt de jaarlijkse en de bijzondere verslagen van de Veiligheidsraad; deze verslagen omvatten onder meer een overzicht van de maatregelen waartoe de Veiligheidsraad heeft besloten of die hij heeft genomen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid.

2. De Algemene Vergadering ontvangt en behandelt de verslagen van de andere organen van de Verenigde Naties.

Artikel 16

De Algemene Vergadering voert met betrekking tot het Internationaal Trustschapsstelsel de taken uit die haar ingevolge de Hoofdstukken XII en XIII worden opgedragen, met inbegrip van het goedkeuren van de Trustschapsovereenkomsten voor gebieden die niet als strategisch worden aangemerkt.

Artikel 17

1. De Algemene Vergadering behandelt de begroting van de Organisatie en keurt deze goed.

2. De uitgaven van de Organisatie worden door de Leden gedragen volgens een door de Algemene Vergadering vastgestelde verdeelsleutel.

3. De Algemene Vergadering behandelt alle financiële en begrotingstechnische regelingen met de in artikel 57 bedoelde gespecialiseerde organisaties en hecht daaraan haar goedkeuring; zij onderwerpt de administratieve begrotingen van de gespecialiseerde organisaties aan een onderzoek met het oog op het doen van aanbevelingen aan de desbetreffende organisaties.

Stemmen

[bewerken]

Artikel 18

1. Elk lid van de Algemene Vergadering heeft één stem.

2. Besluiten van de Algemene Vergadering over belangrijke zaken worden genomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Deze zaken omvatten mede: aanbevelingen met betrekking tot de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, de verkiezing van de niet-permanente leden van de Veiligheidsraad, de verkiezing van de leden van de Economische en Sociale Raad, de verkiezing van leden van de Trustschapsraad overeenkomstig het bepaalde in artikel 86, eerste lid, letter c, de toelating van nieuwe Leden tot de Verenigde Naties, de schorsing van de aan het lidmaatschap verbonden rechten en voorrechten, de uitstoting van Leden, zaken betreffende de werking van het Trustschapsstelsel, alsmede begrotingszaken.

3. Besluiten over andere zaken, met inbegrip van het vaststellen van andere categorieën van zaken waarover met een meerderheid van twee derde dient te worden beslist, worden genomen met een meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

Artikel 19

Een Lid van de Verenigde Naties dat zijn financiële bijdragen aan de Organisatie niet op tijd heeft betaald, mag in de Algemene Vergadering niet stemmen, indien het achterstallige bedrag gelijk is aan of hoger dan het bedrag dat over de twee volle voorafgaande jaren verschuldigd is. Niettemin kan de Algemene Vergadering zulk een Lid toestaan zijn stem uit te brengen, indien zij ervan overtuigd is dat het uitblijven van de betaling te wijten is aan omstandigheden buiten de macht van het Lid.

Procedure

[bewerken]

Artikel 20

De Algemene Vergadering komt bijeen in gewone jaarlijkse zittingen en, zo de omstandigheden dit eisen, in bijzondere zittingen. Bijzondere zittingen worden, op verzoek van de Veiligheidsraad of van een meerderheid van de Leden van de Verenigde Naties, door de Secretaris-Generaal bijeengeroepen.

Artikel 21

De Algemene Vergadering stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. Voor iedere zitting kiest zij haar Voorzitter.

Artikel 22

De Algemene Vergadering kan die hulporganen instellen die zij nodig acht voor de uitoefening van haar taken.