Theo van Doesburg/Kort overzicht der handelingen van het internationale kunstenaarscongres te Düsseldorf

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kort overzicht der handelingen van het internationale kunstenaarscongres te Düsseldorf (29-31 Mai 1922).

Auteur [Theo van Doesburg]
Genre(s) Proza
Brontaal Nederlands
Datering in De Stijl, 5e jaargang, nummer 4 (april 1922): pp. 49-55.
Bron De Stijl. [deel] 2. 1921_1932. Complete Reprint 1968. Amsterdam: Athenaeum, Den Haag: Bert Bakker, Amsterdam: Polak & Van Gennep, 1968, pp. 199-202.
Auteursrecht Publiek domein

[49]

KORT OVERZICHT DER HANDELINGEN VAN HET INTERNATIONALE KUNSTENAARSCONGRES TE DÜSSELDORF (29—31 Mai 1922).

De kunstvereeniging „Das Junge Rheinland” had het initiatief genomen, om met verschillende duitsche kunstvereenigingen als November-Gruppe (Berlin), Darmstädter Sezession, Dresdener Sezession enz, een soort Union te vormen om gesteund door eene majoriteit van middelmatige elementen ’n „internationale” van „vooruitstrevende” kunstenaars te gronden. Ook hier weer hetzelfde: theoretisch „einverstanden” maar practisch er niet aan toe. Door middel van onderstaand mooi klinkend manifest hadden de initiatoren verschillende duitsche en fransche kunstenaarsgroepen bijeen getrommeld:

„Gründungsaufruf der Union internationaler fortschrittlicher Künstler“:

Aus allen Teilen der Welt kommen Stimmen, die zur Vereinigung der fortschrittlichen Künstler aufrufen. Die warme lebendige Wechselbeziehung internationaler Geister ist zur Notwendigkeit geworden. Die durch die politischen Ereignisse zerrissenen Verbindungsfäden wurden gesucht und sind nun wiedergefunden. Wir wollen eine gemeinsame internationale Pflege der Kunst. Wir wollen eine gemeinsame internationale Zeitschrift. Wir wollen eine gemeinsame dauernde internationale Ausstellung bilden

49


[50]

der Kunst für alle Plätze der Welt. Wir wollen eine gemeinsames internationales Musikfest, das alle Jahre mindestens einmal die Menschen unter jener Tonsprache vereinigt, die uns allen schon verständlich ist.
Die traurige Abgeschlossenheit der Geister muß endlich nun zu Ende gehen. Die Kunst braucht die Verbindung der Menschen, denen sie innewohnt. Jenseits von allen Staatsfragen und ohne den leisesten politischen Hintergedanken und eigensüchtigen Nebenzweck muß es auch für uns heute heißen: „Künstler aller Länder vereinigt Euch!” Die Kunst muß international werden, oder sie wird aufhören zu sein.

Das Junge Rheinland, Düsseldorf, Dresdner Sezession, Novembergruppe Berlin, Darmstädter Sezession, Schaffende, Dresden, Theodor Däubler, Else Lasker-Schüller, Herbert Eulenberg, Oskar Kokoschka, Christian Rohlfs, Romain Rolland, Wassily Kandinsky, Han Ryner, Edouard Dujardin, Marcel Millet, Tristan Remy, Marek Schwarz, Marcel Sauvage (Gruppe „l’albatros”), Paul Jamatty, Prampolini, Pierre Creixamt, Henri Poulaille, Maurice Wullens, Pierre Larivière (Ghilde des artisans de l’avenir), Josef Quessnel, Germain Delatons („Les compagnons”), Stanislaw Kubicki, A. Feder, Jankel Adler, Arthur Fischer.

Aldus gesteund door een kwantiteit, meende deze Union sterk genoeg te staan om een minoriteit van werkelijk vooruitstrevende kunstenaars voor hare affaire te kunnen winnen en deze te kunnen dwingen bovenstaand manifest onvoorwaardelijk te onderteekenen. Op echt pruisische wijze zou ieder die daaraan niet gehoorzaamde, buiten de deur worden gezet. Dit lokte verzet uit bij de vooruitstrevende minderheid, waarna door het actief ingrijpen der internationalen Fraktion der konstruktivisten (van Doesburg-Lissitzky-Richter) deze maatregel werd ingetrokken en het gedwongen onderteekenen van het manifest werd omgezet in het vrijwillig invullen eener doodgewone presentielijst.
De tweede handeling der Union, bestond in het luid voorlezen en aanprijzen van een door jong Rijnland van te voren klaar gemaakt „Programm” bestaande uit niet minder dan 149 paragrafen bijna uitsluitend betrekking hebbend op handels en tentoonstellingsbelangen, een

50


[52]

jaarlijksch muziekfeest en een op te richten internationaal kunsttijdschrift (waarvan n. b. de verschijning in de catalogus der internationale tentoonstelling te Düsseldorf was geannonceerd). Voor hen die gekomen waren een organisatie van scheppende krachten te vormen en voor wie de kunstbelangen voorgingen, verzetten zich tegen het program waaruit bleek, dat de geheele Internationale, achter den rug der aanwezigen (behalve van Jung Rheinland) was klaar gemaakt, hetgeen in strijd was met het doel van het kongres, nml. uit de aanwezige, vooruitstrevende kunstenaars ’n eenheid te vormen, om in plaats van individueel, collectief alle hinderpalen te niet te doen, die de ontwikkeling der beeldende kunsten in den weg staan. De I. F. d. K. (v. Doesburg, Lissitzky, Richter) wilden daarom eerst vastgesteld zien, welk karakter deze Internationale zou hebben, een handelskarakter of een kunstkarakter.
Voorts eischten zij, dat uit alle aanwezigen (en niet alleen uit Jung Rheinland) een bestuur zou gekozen worden, waaraan alle schriftelijke voorstellen betreffende de werkwijze der Internationale bij het secretariaat zouden worden ingeleverd en in het openbaar besproken. Alle vragen betreffende het karakter der Internationale werden ontwijkend beantwoord. Het vormen van een definitief bestuur werd eveneens ontwijkend beantwoord. De spreker (der heer Wollheim) werd bij punt 20 door protest verhinderd met het voorlezen der 149 Paragrafen door te gaan. Verschillende voorstellen werden daarna ingediend o. a. het benoemen van een commissie welke het Programm der Union kon keuren. Op verzoek der I. F. d. K. werd aan deze een afschrift der paragrafen uitgereikt.
Daarna werd de zitting verdaagd en de aanwezigen voor een boottocht uitgenoodigd.
Tweede dag. (30. Mei).
Nadat een der leden van „Das Junge Rheinland” een voorrede had gehouden, en eenige ingekomen telegrammen waren voorgelezen, werd voorgesteld aan alle gedelegeerden het woord te geven. Op die wijze zou men zich kunnen orienteeren, betreffende eischen en voorstellen

51


[52]

der aanwezigen. De dadaisten, die van aanvang aan geprotesteerd hadden, verzetten zich tegen de geheele opzet en het karakter van het congres.
De heer Henryk Berlewi (Polen) verlangde een zakelijke uiteenzetting betreffende het begrip „vooruitstrevende kunstenaars”.
Een der zaakgelastigden van Frankrijk, verklaarde, dat Frankrijk bereid was, tentoonstellingen van duitsche kunst te houden, mits de Union reeele voorstellen deed. Een andere gedelegeerde van Frankrijk wees op de noodzakkelijkheid van een nieuwe Romantiek. (protest bij de vooruitstrevenden.) De heer Kubitzky wees op de noodzakelijkheid eener broederlijke, vriendschappelijke samenwerking. (applaus.) Daar het kongres alle leiding miste werd voortdurend door elkaar geschreeuwd. Als laatste sprekers traden op Lissitzky, Richter van Doesburg. Zij zetten den rede hunner aanwezigheid uiteen in de volgende verklaringen, welke gedeeltelijk door applaus, gedeeltelijk door gefluit werden onderbroken. Deze verklaringen van ieder afzonderlijk, met de samenvattende verklaring, welke wij hier in hun geheel afdrukken zijn na beeindiging van het kongres aan de Union, aan de fransche en italiaansche vertegenwoordigers overhandigd. Daarna las de heer Raoul Hausmann (dadaist) in het fransch en in het duitsch ’n proteststuk voor, waarin hij verklaarde, noch tot de vooruitstrevende, noch tot de kunstenaars te behoren, dat hij evenmin internationaal was maar „cannibaal” en verliet toen de zaal.
De heer Werner Gräff besloot het repliek van van Doesburg met de woorden:
„Ik ben nier de jongste van u allen en ik kom tot de overtuiging, dat gij noch internationaal, noch vooruitstrevend, noch kunstenaar zijt. Ik heb hier dus niets te doen.”
Dit werd met luid applaus door de I. F. d. K. begroet, waarop onder hevig protest eenerzijds, onder gefluit en en applaus anderzijds de I. F. d. K., de futuristen, de dadaisten, en meerdere het Regierungsgebäude te Düsseldorf verlieten.
Door de groep „Synthèse” was voor aanvang der zitting onderstaande proclamatie verspreid:

52


[53]

DIE PROKLAMATION DER GRUPPE VON KÜNSTLER ÜBER FRAGEN, DIE DER BEURTEILUNG DES KONGRESSES NICHT UNTERLIEGEN

[auteursrechterlijk beschermd]

54


[55]

[auteursrechterlijk beschermd]

Für Gruppe Synthès:
Iwan Puni. Karl Zalit. Arnold Dzirkal.

55